Frits Bosch ontmaskert de neomarxistische elite: „De Lange Mars door de Instituties moet terugwaarts afgelegd worden"
In dit artikel:
De auteur meent dat jarenlang beleid en gebrek aan luisteren naar de bevolking hebben geleid tot de huidige politieke en maatschappelijke onrust. Volgens hem is nooit serieus gevraagd of Nederlanders een multiculturele samenleving wilden; als gevolg ontstond populisme als directe reactie op wat hij ziet als slecht bestuur en een opzettelijke verandering van de samenstelling van de samenleving (hij gebruikt daarvoor de term “omvolking” en verwijst naar uitspraken van Europese politici). Die demografische en culturele transities zouden in de grote steden duidelijk zichtbaar zijn en hebben spanningen veroorzaakt tussen autochtonen en nieuwkomers.
Als verklaringskader haalt de schrijver de Italiaanse marxist Antonio Gramsci aan. Gramsci beschreef hoe de heersende cultuur geleidelijk wordt aangetast tijdens een “interregnum” — een periode waarin het oude sterft en het nieuwe nog niet is geboren — en pleitte voor beïnvloeding van kerken, universiteiten en andere instituties via intellectuelen. Na de Tweede Wereldoorlog, zo stelt de auteur, kreeg die strategie vruchtbare grond: universiteiten en culturele instellingen hielpen volgens hem bij het inbedden van nieuwe opvattingen (woke, diversiteitsbeleid, koloniale kritiek), die soms neergezet worden als een moderne variant van neomarxisme. De schrijver erkent overigens dat ook het marxisme zelf in het verleden voor onderdrukking heeft gezorgd.
De huidige situatie interpreteert hij opnieuw als een interregnum: de culturele en politieke elite verliest haar gezag en burgers weigeren de bestaande machtsverhoudingen nog stilzwijgend te accepteren. Als illustratie noemt hij de vermeende zwakte van het kabinet—aangehaald als “Kabinet Jetten”—en het uitblijven van effectief beleid, gecombineerd met groeiende onvrede die zich soms in geweld en opstanden uit. Ook hekelt hij wat hij ziet als selectieve verontwaardiging en handhaving: sommige groepen en incidenten krijgen strafrechtelijke aandacht, andere (zoals bepaalde protestacties of een partij als DENK) volgens hem niet, wat volgens hem de rechtsstaat aantast.
De auteur concludeert dat de democratie “op de tocht” staat omdat er geen overkoepelende visie is. Als tegenreactie pleit hij voor een terugkeer naar de Verlichting en de 18de-eeuwse waarden die onze normen en instituties zouden vormen; een koerswijziging die volgens hem noodzakelijk is om verdere polarisatie en maatschappelijke ontwrichting af te wenden. Hij verwijst naar zijn eigen boek, waarin hij met 32 filosofen zoekt naar een nieuwe richting voor Europa.
Achtergrondkader: Gramsci’s notities uit de gevangenis worden internationaal vaak aangehaald bij analyses van culturele strijd en samenlevingstransformaties, maar de interpretatie en politieke lading van die theorieën blijft onderwerp van debat. De schrijver gebruikt die traditie om hedendaagse ontwikkelingen te duiden en pleit voor herstel van een gedeelde, verlichtingsgerichte gemeenschappelijke grondslag als remedie voor de huidige breuklijnen.