-Frits Bosch- Mona Keijzer heeft gelijk: NOS berichtgeving is niet onafhankelijk, maar activistisch
In dit artikel:
Vicepremier Mona Keijzer kreeg recent kritiek vanwege opmerkingen op X over de onafhankelijkheid van de media, nadat op het platform werd gesteld dat de NOS kritiekloos "Hamas‑propaganda" zou overnemen. Keijzer reageerde in de discussies rond het besluit van de NOS om te stoppen met X en stelde dat de omroep zonder dat account geen tegenwoord meer biedt aan bepaalde berichten. Die uitspraak leidde tot weerstand omdat zij als bewindspersoon een rol zou moeten spelen in het vrijwaren van persvrijheid, niet in het ondermijnen ervan.
De zaak past in een bredere confrontatie tussen de BoerBurgerBeweging (BBB) en de publieke omroep. Vorig jaar vroeg ex‑Kamerlid Claudia van Zanten nog om een onderzoek van het Commissariaat voor de Media naar de NPO vanwege berichtgeving over Hezbollah‑leider Hassan Nasrallah. Caroline van der Plas (BBB) eiste regelmatig debat over vermeend "activisme" binnen de NPO en kreeg steun van PVV, JA21, SGP, FVD en VVD; partijen als Volt, D66, DENK, GroenLinks‑PvdA en PvdD wezen de motie af. Voormalig minister Eppo Bruins waarschuwde destijds dat direct toezicht door de overheid neerkan op censuur of druk uitoefenen.
Vakbonds- en journalistieke belangenorganisaties reageren fel. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) noemt het schadelijk dat politici, waaronder een minister, de integriteit van de NOS in twijfel trekken; volgens de NVJ ondermijnt dat de taak van de pers en kan het vertrouwen in de journalistiek aantasten. Kritiek mag, zo wordt erkend, maar het systematisch insinueren dat media onbetrouwbaar zijn, schaadt de publieke discussie.
Naast deze politieke controverse bespreekt de tekst een bredere intellectuele discussie over journalistieke neutraliteit. NRC‑journaliste Frederike Geerdink wordt aangehaald met het standpunt dat alle journalistiek in zekere zin activistisch is: journalisten en media maken keuzes en hebben daardoor kleur en richting. De schrijver stelt dat veel Nederlandse media in de praktijk een neiging vertonen naar het behouden van bestaande machtsverhoudingen, wat wantrouwen en claims van een "Vierde Colonne" voedt. Als analytisch kader wordt Foucaults idee van discours en macht/kennis genoemd: wat als geaccepteerde waarheid geldt, wordt mede gevormd door welke kennis wordt toegelaten of uitgesloten.
De conclusie van het stuk is dubbel: politici moeten waakzaam zijn tegenover hun invloed op publieke omroepen, maar de media zelf zouden ook eerlijk moeten erkennen dat ze niet volledig onafhankelijk of onpartijdig zijn. Die erkenning zou volgens de auteur bijdragen aan eerlijkere debatten over kwaliteit, fouten en vertrouwen in de journalistiek.