-Frits Bosch- ABP PFZW PME PMT willen niet in defensie beleggen, maar zeggen dat ze dat wel willen
In dit artikel:
De vier grootste Nederlandse pensioenfondsen — ABP, PFZW, PME en PMT — weigeren in niet-beursgenoteerde defensiebedrijven te investeren, terwijl zij formeel zeggen open te staan voor beleggingen in de sector. Volgens het betoog komt die weigering voort uit een voorkeur van bestuurders voor “duurzame” beleggingen; veel bestuursleden zijn door vakbonden aangewezen en nemen persoonlijke, meestal linkse, politieke overtuigingen mee naar de bestuurstafel. Dat leidt volgens de tekst tot een structureel spanningsveld tussen het verplicht beheren van pensioengelden voor alle deelnemers en het nastreven van ethische of klimaatgerichte doelstellingen.
Concreet voorbeeld ABP: de voorzitter heeft een achtergrond als dominee en zet zwaar in op duurzame investeringen. Hoewel ABP in januari een convenant met generaal Eichelsheim sloot waarin een inspanningsverplichting om in defensie te beleggen werd vastgelegd, zou het fonds in de praktijk niet actief zoeken naar defensieparticipaties en gesprekken weigeren. Als alternatief wijst ABP op beleggingen in duurzame radarprojecten zoals Robin Radar, maar sluit het internationale defensiebedrijven als Thales uit. Volgens de kritische analyse is dat symbolisch en onvoldoende voor de belangen van verplichte deelnemers die direct in defensie werken.
PME, dat de pensioenen van metaal- en elektrotechniek verzorgt en deels voor mensen uit de defensiesector, verklaarde in 2024 voornemens te zijn in defensie te beleggen, maar plaatste uiteindelijk slechts ongeveer €40 miljoen in een fonds voor dual-use technologie (producten die zowel civiel als militair inzetbaar zijn). PMT (metaaltechniek) en PFZW (zorg) houden eveneens vast aan uitsluitingen van defensie-investeringen, ondanks dat een deel van hun achterban in de sector werkt.
De auteur wijst ook op procedurele problemen: raadplegingen van deelnemers zijn weinig representatief (en worden soms suggestief geformuleerd), terwijl deelnemers verplicht zijn aan het fonds verbonden. Bestuurders rechtvaardigen uitsluitingen deels met het argument dat defensie een overheidstaak is. De auteur belemmert dat argument door te wijzen op de parallel met klimaatbeleid — ook dat is in principe een overheidsthema, maar pensioenfondsen beleggen wel massaal in klimaatgerichte projecten.
Slotconclusie: zolang bestuurssamenstellingen verplicht worden bepaald door vakbonden en persoonlijke ideologieën de beleggingskeuzes sturen, zullen verplichte deelnemers moeten accepteren dat pensioengeld eerder naar groene, vaak minder renderende projecten vloeit dan naar versterking van de defensiegerelateerde industrie en daarmee de veiligheid in Europa.