Frans Weisz (1938-2025): 'Toneel staat voor mij boven film: het is de oerbron'
In dit artikel:
Filmmaker Frans Weisz is op 87‑jarige leeftijd in Amsterdam overleden. In een uitgebreid interview met HP/De Tijd uit 2018 sprak hij open over zijn artistieke voorkeuren, zijn drang om te blijven maken en de schaduw die het verleden en de naderende leeftijd over zijn werk werpen. Die gespreksschets legt zowel zijn culturele interesses als persoonlijke worstelingen bloot: van literatuur en beeldende kunst tot muziek, theater en de cinema die zijn levenswerk bepaalden.
Weisz benadrukte zijn verlangen nog één grote film te maken en noemde toen Harry Mulisch’ Siegfried als kandidaat voor een volgende bewerking; hij las ook literatuur over Hitler—onder andere een casus over hypnose—om ideeën voor dramatisering te vinden. Zijn beroemde uitspraak “De tijd van revanche wordt steeds korter” vat zijn beroepsdrift samen: elke nieuwe film moest de vorige overtreffen, en de beperkte tijd baarde hem zorgen.
Kunst en musea spelen een belangrijke rol in zijn leven. In huis verzamelde hij werken van vrienden en bewonderden collega’s (Jan Cremer, Klaas Gubbels, Paul Citroen, Alex van Warmerdam, Peter van Straaten), en hij bezocht regelmatig tentoonstellingen. Zijn film Charlotte (1981) over Charlotte Salomon ontstond rechtstreeks na een indringend museumbezoek dat hem diep raakte; een vroeg signaal van hoe beeldende kunst zijn filmmotivatie kon aanwakkeren.
Muzikaal liet Weisz zich sturen door de eisen van film: hij werkte bewust met koperblazers in plaats van de gebruikelijke piano en violen omdat die het oor anders raken en beter bij zijn dialogen pasten. Hij noemde Wagner en Mahler naast hedendaagse artiesten als David Kweksilber Big Band en Sven Ratzke als invloeden en voorbeelden.
Privéleven en geschiedenis kleuren zijn werk. Weisz sprak over het gemis en de trauma’s rond zijn familie: zijn vader, acteur Géza Weisz, werd in 1944 in Auschwitz vermoord; zelf lag Frans ondergedoken tijdens de oorlog. Tegelijk koos hij voor emotionele bescherming—hij gaat niet naar begrafenissen en houdt pijnlijke herinneringen op afstand om niet te bezwijken onder het verdriet. Toneel bleef voor hem de oerbron van verhalen; omdat hij van de toneelschool werd gestuurd, maakte hij van regisseren zijn roeping en bleef hij vooral naar het theater gaan.
Zijn filmcultuur omvatte klassiekers als La Strada, La Ronde en Les Enfants du Paradis, maar Weisz was ook kritisch en eerlijk over wat hem raakte of juist niet: een theaterbewerking van Anne Franks dagboek kon hem bijvoorbeeld niet overtuigen. Hij formuleerde verder een nuchtere verhouding tot roem en prijzen: hij bewonderde filmmakers maar zag ook de valkuilen van vroege erkenning, allegorisch benoemd aan de hand van Orson Welles en anderen. Hij onthulde dat hij ooit de mogelijkheid had om De Aanslag te verfilmen, maar die kans bewust voorbij liet gaan.
Politiek en hedendaagse cultuur kwamen aan bod: de moderne samenleving en figuren als Donald Trump frustreerden hem zodanig dat hij er zelfs een film over zou willen maken—een soort psychische ontleding vergelijkbaar met zijn interesse in Siegfried.
Het interview toont Weisz als een onafgeremd cultuurliefhebber en werklustig cineast: altijd lezend, musea bezoekend en theater zoekend, gedreven door de hoop op dat ene bevredigende meesterwerk, terwijl persoonlijke en historische verliezen hem behoedzaam en soms afwerend maakten.