Frank Martinus Arion had op Curaçao een gruwelijke jeugd, maar leefde zelf ook als een bulldozer
In dit artikel:
Mineke de Vries schetst in haar biografie van Frank Martinus Arion (1936-2015) het leven van een van de belangrijkste Caribische schrijvers in de Nederlandstalige literatuur. De Vries, die op Curaçao en de andere Antillen woonde en werkte, kreeg na Arions dood toegang tot zijn privéarchief. Ongepubliceerde manuscripten en psychoanalytische zelfbeschrijvingen gebruikt ze om te onderzoeken hoe zijn afkomst, jeugd en maatschappelijke omgeving hem hebben gevormd.
Arion groeide op Curaçao op als kind van zwarte nazaten van tot slaaf gemaakten. Toen hij drie was, verdronk zijn jongere broer terwijl Arion zijn moeder om aandacht vroeg. Zijn moeder raakte daardoor psychisch in de war en stierf kort daarna in een inrichting. Arion werd vervolgens bij verschillende familieleden ondergebracht, terwijl zijn vader op Aruba werkte. De moederloze, arme jongen ontwikkelde een sterk gevoel van schuld, schaamte en onzekerheid.
Via Nederlandstalig onderwijs probeerde hij aan zijn omstandigheden te ontsnappen. Op de hbs kreeg hij te maken met openlijk racisme en vernederingen vanwege zijn huidskleur. Hij zocht aansluiting bij katholieke organisaties, schreef gedichten en uitte als scholier onder een pseudoniem zijn woede over leraren en schoolbestuur. Een loopbaan als priester of Shell-ingenieur mislukte, waarna hij voor het leraarschap Nederlands koos.
In 1955 vertrok Arion naar Nederland. Daar veranderde zijn positie volledig: als een van de eerste studenten van kleur aan de universiteit werd hij een opvallende verschijning. Hij leidde een uitbundig studentenleven, schreef poëzie en publiceerde in 1957 zijn eerste bundel, maar maakte zijn studie niet af. Na tien jaar moest hij wegens zijn beurs terug naar Curaçao, waar hij als mislukkeling werd gezien. Hij raakte vervreemd van zijn vader, gebruikte drank en drugs en leefde een tijd op straat. Met hulp van een voormalige vriendin pakte hij het schrijven weer op en studeerde hij uiteindelijk, ruim zestien jaar na zijn start, alsnog af.
Arion werd docent aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn onconventionele lessen trokken aandacht, maar zijn grote doorbraak kwam in 1973 met de roman Dubbelspel. Het boek, over klasse, corruptie, domino en seksuele verhoudingen op Curaçao, werd zeer lovend ontvangen en geldt als een hoogtepunt van de Nederlandstalige literatuur. De vier romans die erop volgden haalden dat niveau volgens veel recensenten niet. Daardoor ontstonden geruchten dat Dubbelspel met hulp van anderen tot stand was gekomen. De Vries bevestigt dat er een schrijfcoach, redacteur en corrector aan werkten, maar omdat het oorspronkelijke manuscript verdwenen is, blijft hun precieze bijdrage onduidelijk.
Na zijn gestagneerde literaire carrière keerde Arion zich nadrukkelijk tegen Nederland. Hij zette zich in voor het Papiamento, richtte politieke partijen en een basisschool op en wilde alleen nog in zijn moedertaal schrijven. Tegelijkertijd bleef hij in Nederland erkenning zoeken en liet hij zich geregeld huldigen. Hij voelde zich zijn hele leven tekortgedaan en vocht met talloze rechtszaken tegen mensen die hem naar zijn mening miskenden.
De biografie probeert Arions gedrag vooral vanuit zijn traumatische jeugd te begrijpen, maar laat ook zijn schadelijke kanten zien. Hij was ontrouw, manipulerend en volgens zijn eigen notities soms gewelddadig tegenover vrouwen. Ook op zijn school behandelde hij kansarme leerlingen niet altijd gelijkwaardig, terwijl hij voor zijn eigen dochter betere kansen creëerde. De Vries heeft moeite met deze tegenstrijdigheden, maar presenteert Arion uiteindelijk als een gebroken én strijdlustige figuur: een charmante straatvechter die ondanks mislukkingen en de schade die hij anderen toebracht zijn jeugdige doel bereikte om bekend te worden, al was het maar met één boek.
Vandaag Inside: Virgil van Dijk mist externe waardering bij Oranje: 'Ik word niet gelijkwaardig beoordeeld'