Foutje met proeftijd: ontslagpremie van 13.000 euro na vijf weken werk
In dit artikel:
Een kantonrechter in Alkmaar oordeelde vrijdag dat jeugdhulporganisatie TurnOver uit Alkmaar onrechtmatig een administratief medewerkster heeft ontslagen. De vrouw begon in oktober met onbetaalde voorbereidende werkzaamheden; formeel zou haar dienstverband op 3 november ingaan, maar TurnOver zette haar op 10 november alweer buiten. De organisatie voerde geen dringende reden voor het ontslag aan en stelde dat de werknemer nog binnen de maand proeftijd viel.
De rechter concludeerde op basis van appberichten en verklaringen in de rechtszaal dat de medewerkster feitelijk al sinds begin oktober (de rechtbank noemt 6 oktober) arbeid verrichtte. Omdat de startdatum onduidelijk werd verschoven en die onduidelijkheid voor rekening van TurnOver komt, was het ontslag tijdens de vermeende proeftijd onrechtmatig.
Financieel betekent de uitspraak een forse uitbetaling aan de vrouw die in totaal ruim 13.000 euro ontvangt. Dat bestaat uit loon over de opzegtermijn tot eind januari (ongeveer 8.200 euro), een schadevergoeding wegens onterecht ontslag van 2.000 euro (beperkt omdat compensatie is gemitigeerd door mogelijke nieuwe inkomsten), een aanvullende transitievergoeding van bijna 300 euro, en achterstallig loon en vakantiedagen over oktober plus een boete van 10 procent (circa 3.100 euro). Daarnaast moet TurnOver ruim 1.000 euro aan proceskosten vergoeden. De medewerkster had uiteindelijk ongeveer vijf weken gewerkt.
Advocaat Jaap Burgers van de vrouw zei dat hij “erg blij” is met de uitspraak. De directie van TurnOver reageerde niet inhoudelijk; een woordvoerster meldde dat terugbellen vanwege drukte mogelijk een week kan duren. De zaak benadrukt dat onduidelijkheden over de ingangsdatum van een arbeidsovereenkomst en feitelijke verrichte werkzaamheden de werkgever veel kunnen kosten en dat een proeftijd niet automatisch bescherming biedt als de feitelijke aanvang anders ligt.