Fotograaf Newsha Tavakolian laat zien dat melancholie en woede in elkaars verlengde liggen

woensdag, 8 april 2026 (12:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Newsha Tavakolian (Teheran, 1981), prominent Magnum-fotograaf, worstelde na het plotselinge overlijden van haar vader in 2019 zozeer met rouw en woede dat ze bijna twee jaar geen foto’s kon maken. In die periode keerde ze terug naar haar eigen archief: de vroege contactvellen, negatieven en afdrukken die haar vormden als maker en getuige van een veranderend Iran. Het resultaat is een indringend boek waarin melancholie, boosheid en hernieuwd respect elkaar afwisselen.

Tavakolian verliet op zestienjarige leeftijd de middelbare school en begon – op aanraden van haar moeder en met een Minolta in huis – te fotograferen. Ze werkte zich op van telefoniste naar archivaris en uiteindelijk naar fotograaf bij een van Iran’s vroegste progressieve kranten, een omgeving die door mannen werd gedomineerd. Haar doorbraak kwam op haar achttiende, toen ze zonder zoomlens midden tussen studentenfoto’s maakte van de grootschalige rellen; die beelden verschenen in landelijke kranten en gaven velen een nieuw perspectief op de gebeurtenissen.

Haar vroege werk documenteert zowel alledaagse levensvreugde als politieke strijd: meisjes in zwarte zwempakjes op sportvelden in Isfahan (1999), opkomende protesten, verlovingsfeesten en jeugdige hoop tijdens verkiezingsbijeenkomsten. De krant waar ze werkte werd door de overheid gesloten, maar Tavakolian bleef werken voor film en theater en bleef verslagleggen van maatschappelijke bewegingen. Kort na het overlijden van haar vader voelde zij zich verraden door de naïviteit van haar generatie; een vroeg portret van hoop, prominent op haar boekomslag, voelde voor haar onhoudbaar en ze vernietigde delen van het materiaal uit woede.

Het boek begint met contactafdrukken en handgeschreven notities en ontwikkelt zich tot een persoonlijke reconstructie: beelden van jeugdvrienden die uiteengaan, collega’s die later gevangen zitten of sterven, en een foto van bloedspatten na studentenprotesten. Recente foto’s (2017–2019) zijn dromerig en beladen; haar vader verschijnt zelfs als model met gesloten ogen. Toen enkele jaren later opnieuw protesten oplaaiden, vond Tavakolian een manier om haar woede om te zetten: de verscheurde afdrukken lijmde ze aan elkaar, een handeling die zowel herstel als eerbetoon is.

Haar archiefwerk maakt de kluwen van individuele levens en collectieve teleurstellingen zichtbaar: hoop die werd ondermijnd door repressie, maar ook het vasthouden aan herinnering als daad van verzet. Uiteindelijk is het boek een rouwproces en een poging om begrip en waardigheid terug te geven aan de mensen — vooral jonge vrouwen — die blijven strijden voor vrijheid.