Forum voor Democratie verbergt haar extreem-rechtse denkbeelden niet meer. Alleen veroorzaken die nauwelijks nog ophef

woensdag, 27 mei 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Forum voor Democratie (FvD) laat sinds enige tijd uitspraken en beleidslijnen horen die jaren geleden noch onuitgesproken zouden zijn, zonder dat dat tot de vroegere storm van verontwaardiging leidt. De partij volgt bewust een strategie die sterk lijkt op de Franse Nouvelle Droite: in plaats van openlijk geweld of haatretoriek te propageren, wordt er gewerkt aan het verleggen van de culturele grenzen (metapolitiek) zodat radicale ideeën langzaam normaler worden en later politiek doorgeworsteld kunnen worden.

Een recent voorbeeld speelde zich af in de Amsterdamse gemeenteraad: net geïnstalleerd raadslid Johan Dessing zei bij zijn debuut dat FvD er “voor alle Amsterdammers” is, terwijl journalisten onthulden dat meerdere kandidaten op lokale lijsten banden hebben met extreem-rechtse groeperingen zoals Erkenbrand en Voorpost. De nummer zeven op de Amsterdamse lijst, Reginald Eeckhout, wordt in verband gebracht met Erkenbrand; partijwoordvoerders reageerden veelal door de ophef te betreuren in plaats van zich inhoudelijk van die denkbeelden te distantiëren. Dat patroon — klagen over media-aandacht en het relativiseren van beschuldigingen zonder op de kern in te gaan — is inmiddels een standaardverweer geworden.

De intellectuele achtergrond van die strategie ligt bij denkers van de Nouvelle Droite, zoals Alain de Benoist en Guillaume Faye, die vanaf de jaren zeventig klassieke reactionaire ideeën combineerden met een nieuwe identitaire frame: aandacht voor etnisch-cultureel erfgoed en het behoud van “volkeren” als politieke doelstelling. Hoogleraar Ico Maly schetst hoe die ideeën via uitgeverijen, tijdschriften en netwerken internationaal zijn verspreid en ook gewelddadige actoren blijvend hebben geïnspireerd (voorbeelden hierbij zijn de manifesten rond de aanslag in Christchurch). In Nederland vinden die teksten en concepten inmiddels gretig aftrek op de uiterste rechtse flank van FvD.

Binnen FvD waren er aanvankelijk pogingen om extreem-rechtse invloeden tegen te houden: partijvoorzitter Henk Otten handhaafde in 2017 nog strenge grenzen en liet enkele leden royeren. Vanaf 2019 echter namen Baudet en vertrouwelingen als Freek Jansen meer macht in de partij, wat leidde tot het terugdraaien van sancties, nauwere banden met internationale extreem-rechtse figuren (zoals Jared Taylor) en een meer openlijk rassentheoretische retoriek. Bekende incidenten — antisemitische appjes binnen de jongerenafdeling, de omstreden “uil van Minerva”-speech, en uitspraken over “omvolking”, genetica en remigratie — werden niet consistent inhoudelijk weerlegd en kregen zo ruimte in partijprogramma’s en toespraken.

Die veranderde interne koers vertaalde zich naar concrete beleidsverschillen: onderdelen in het verkiezingsprogramma die ooit klemtonen op gelijkwaardigheid legden zijn verdwenen, terwijl termen als “remigratie” zonder voorbehoud zijn aangescherpt tot een noodzakelijke maatregel om het voortbestaan van “ons volk” te waarborgen. In debatten in de Kamer worden kwesties rond afkomst, erfelijkheid en cultuur explicieter geplaatst dan voorheen.

Tegelijk heeft de manier waarop media met FvD omgaan zich aangepast. Met de opstap van Baudet als lijsttrekker en later de prominenter opgestelde Lidewij de Vos kwam de partij opnieuw vaker in talkshows en praatprogramma’s, wat de partij hielp om uit sociale-mediakanalen te breken en haar denkbeelden op een algemenere publieke plek te brengen. Dat heeft geleid tot minder automatische verontwaardiging en een zekere normalisering van ideeën die eerder als randradicaal werden gezien.

Kort gezegd: FvD lijkt de metapolitieke strategie van de Nouvelle Droite te hebben overgenomen: niet primair door openlijk extremisme te promoten, maar door culturele narratieven te veranderen zodat racistische en exclusieve opvattingen geleidelijker in het politieke midden terechtkomen. Dat proces werd intern mogelijk gemaakt door machtsverschuivingen binnen de partij en extern gefaciliteerd door veranderende mediabeleid en -praktijken, met als risico dat grenzen van acceptatie blijvend opschuiven.