Forensisch bewijs bij geschudde baby's: „Aan de hand van letsel is vaak te zien wat er is gebeurd"

donderdag, 19 februari 2026 (16:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

In de eerste helft van 2025 ontving Veilig Thuis vijftig meldingen die mogelijk verband hielden met het shakenbabysyndroom. Twee recente strafzaken illustreren de ernst. In de eerste zaak gaat het om een meisje van zes weken; haar 22‑jarige vader gaf toe haar stevig vast te hebben gepakt onder de oksels en enkele seconden met korte, snelle bewegingen heen en weer te hebben geschud omdat hij gefrustreerd was door het huilen. De rechter noemde het een wonder dat het kind geen blijvende schade opliep en veroordeelde de man tot 300 dagen cel waarvan 256 voorwaardelijk wegens poging tot zware mishandeling.

De tweede zaak betrof een drie maanden oude jongen die later overleed. De vader zei dat het kind uit een wipstoeltje op de bank viel en dat hij het daarna licht had geschud en op het ruggetje had geklopt. De rechtbank oordeelde echter dat die verklaring niet plausibel is en dat de vader volgens het oordeel zeer gewelddadig moet hebben gehandeld; het jongetje stierf ruim twee weken na het incident.

Het vaststellen of beschadigingen bij zuigelingen door schudden zijn veroorzaakt, blijft lastig. Arjo Loeve (TU Delft) onderzoekt sinds 2014 met sensorgevulde poppen (o.a. representaties van een baby van zes weken en van een éénjarige) de kinematica van schudbewegingen: snelheden, versnellingen en de krachten die daardoor op hoofd en romp werken. Doel is vast te stellen hoe heftig en hoe lang schudden moet zijn om schade te veroorzaken, maar experimenten op echte kinderen zijn uiteraard onmogelijk. Loeve vergelijkt het probleem met een theekopje op een houten tafel: je kunt de krachten meten, maar als je niet weet hoe sterk het weefsel is, blijf je onzeker over het kritische grensniveau.

Forensisch arts Jack Menke licht toe welke letselpatronen wijzen op schudden: bloedingen tussen hersenen en schedel, specifieke scheurtjes bij beengewrichten en vooral ribfracturen aan de achterkant. Schudden gebeurt vaak kort maar intensief (ongeveer 2–4 bewegingen per seconde, meestal 5–20 seconden). Bij verdenking volgen protocollen zoals CT‑scans en oogonderzoek naar retinale bloedingen; ook worden fracturen en stollingsstoornissen uitgesloten. Extern letsel ontbreekt vaak, wat diagnose ingewikkelder kan maken. In Nederland is het verzamelde forensische bewijs meestal voldoende om te beoordelen of schudden heeft plaatsgevonden; de uiteindelijke beoordeling van schuld en intentie blijft een zaak voor de rechter.