"Flood the zone with shit": hoe Trump chaos gebruikt als politieke strategie
In dit artikel:
De term "flood the zone with shit" — ooit geformuleerd door Steve Bannon als beschrijving van de campagneaanpak van Trump in 2016 — is uitgegroeid tot een systematische strategie in het digitale tijdperk: massale informatieproductie en chaotische berichtgeving als politiek wapen. De norm: zoveel prikkels, claims en beelden loslaten dat het publiek het overzicht verliest en feiten vervangen worden door narratieven.
Een recent voorbeeld is de korte, chaotische confrontatie in Minneapolis waarbij Alex Pretti werd neergeschoten. Meerdere smartphonevideo’s tonen hoe Pretti, met een wapen in een holster, eerst een vrouw probeert te beschermen en vervolgens op de grond wordt neergeschoten. De beelden suggereren dat hij op dat moment geen directe dreiging was. Toch reageerde het Trump-kamp binnen enkele minuten door Pretti als "domestic terrorist" te bestempelen — een framing die het verhaal meteen in een politieke richting dwingt.
Die directe politieke afbakening past binnen een bredere praktijk. Een onderzoek van The Washington Post eind 2025 onthulde dat de Amerikaanse immigratiedienst ICE sinds Trumps tweede termijn veel vaker en grootschaliger optreden in beeld brengt: duizenden agenten, honderden arrestaties en talloze video’s van raids en confrontaties. Die beelden fungeren tegelijk als bewijs, propaganda en politiek instrument, terwijl tegengeluiden en contradicties in beeldmateriaal de publieke discussie verder verzwaren.
De informatiestroom wordt daarnaast vervuild door manipulatie en desinformatie: het Witte Huis deelde bewerkte foto’s van een gearresteerde zwarte vrouw, AI-gegenereerde beelden gingen rond die het gezicht van een dodelijk schietende agent leken te onthullen (maar steeds fout zaten), en er circuleerden valse Trump-berichten die geweld tegen gewapende betogers zouden legitimeren. Zelfs wanneer zulke berichten fake blijken, verspreiden ze zich snel en zetten ze narratieven vast — soms met tegenstrijdige signalen van andere invloedrijke groepen, zoals de NRA die bepaalde uitspraken juist afraadde.
Ook platformen spelen een rol. Na de overname van TikTok USA door een consortium met onder anderen Larry Ellison ontstonden klachten dat video's over Pretti minder bereik kregen rond emotionele reacties; TikTok sprak van technische problemen. In combinatie met algoritmes en influencer-netwerken maakt dat sociale media gevoelige instrumenten voor het sturen — of onderdrukken — van publieksbereik.
Politiek gezien is de strategie duidelijk: door continu nieuwe crises, tweets en prikkels te lanceren — van Venezuela tot pinguïns op Groenland — wordt het publiek murw gemaakt en blijft er weinig ruimte voor rustig, feitelijk debat. Met het oog op de tussentijdse verkiezingen rijst de vraag of deze chaos verder wordt uitgebuit om regels en uitslagen in twijfel te trekken; het Amerikaanse kiessysteem hangt niet van één man af, maar een verward speelveld maakt handhaving en vertrouwen kwetsbaarder.
Het Witte Huis lijkt inmiddels terughoudender te praten over Pretti; woordvoerster Karoline Leavitt zei dat "de president wil dat de feiten spreken." Toch toont de voortdurende combinatie van beeld, framing en technische manipulatie hoe de oude campagneformule is geüpdatet tot een digitale strategie die feiten vervaagt en politiek voordeel probeert te halen uit verwarring.