Flexwoonwijken voor arbeidsmigranten in buitengebied: 'Goede wifi is belangrijk'
In dit artikel:
Keurige flexwoningen voor arbeidsmigranten schieten op tientallen plekken in Nederland uit de grond: kleine woontorens, rijtjeshuizen of complete buurtjes net buiten dorpen, tegen bedrijventerreinen of in het open veld. Rijk, gemeenten en werkgevers zien deze projecten als een praktische manier om het acute tekort aan betaalbare, tijdelijke huisvesting voor buitenlandse werknemers terug te dringen en tegelijk druk van de reguliere woningmarkt te halen.
Een concreet voorbeeld is Middelharnis (Goeree-Overflakkee), waar exploitant Homeflex eind vorig jaar 51 woningen opleverde voor ongeveer 200 arbeidsmigranten, vooral uit Roemenië. Bewoners betalen zo’n €150 per week, hebben meestal een eigen slaapkamer en voorzieningen als wifi, rookhokjes, picknicktafels en camera’s. Homeflex-directeur Willem Weggeman benadrukt dat de sfeer ‘gezellig’ is en dat bewoners veel waarde hechten aan woonkwaliteit.
Tegelijkertijd waarschuwt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Onderzoeker Dolly Loomans wijst erop dat veel projecten afgelegen liggen, waardoor arbeidsmigranten sociaal geïsoleerd raken en basale voorzieningen – boodschappen, sport of ontmoeting – moeilijk bereikbaar zijn. Het PBL noemt flexwoningen een tijdelijke pleister op een structureel probleem: ongeveer de helft van de migranten blijft volgens het instituut langer dan zes jaar in Nederland, waardoor de tijdelijke inslag niet aansluit op de praktijk. Ook in 2020 riep de commissie‑Roemer al op tot individuele slaapkamers; in de praktijk delen mensen nog vaak kamers.
Cijfers van het Expertisecentrum Flexwonen tonen ruim 34.000 flexwoningen in meer dan 800 projecten, waarvan ruim een vijfde specifiek voor arbeidsmigranten. Gemeenten zoals Goeree-Overflakkee willen naast flexlocaties ook meer permanente nieuwbouw om stabiliteit te bieden, terwijl sommige flexaanbieders tegelijk werk regelen. De discussie blijft: bieden flexlocaties snelle, nette huisvesting, of verdoezelen ze een behoefte aan duurzame oplossingen en betere integratie?