Financiële prikkels om verhuisbewegingen op gang te brengen: een bonus op kleiner wonen
In dit artikel:
Nederland heeft op papier genoeg woonruimte: gemiddeld heeft iedere Nederlander zo’n 53 m² tot zijn beschikking, aanzienlijk meer dan in veel andere Europese landen. Vooral ouderen met leegstaande slaapkamers wonen vaak nog in ruime gezinswoningen, wat de doorstroming belemmert terwijl de woningnood toeneemt.
George de Kam, emeritus hoogleraar volkshuisvesting, benadrukt dat stimuleren van huisdelen niet eenvoudig is. Ouderen vinden samenwonen met onbekenden vaak onaantrekkelijk, waardoor financiële prikkels alleen niet altijd voldoende werken. Voor jongeren of samenwonende stellen kan delen wel flink schelen in de kosten, maar er zijn uitzonderingen: twee gepensioneerden die gaan samenwonen ontvangen ongeveer €1.000 minder AOW per maand dan twee alleenstaanden, wat samenwonen voor senioren ontmoedigt.
De Kam is terughoudend over het volledig individualiseren van de AOW om de woningmarkt te sturen; hij pleit voor gerichte maatregelen voor specifieke doelgroepen en goed onderzoek naar effecten voordat geld wordt uitgegeven. Mogelijke instrumenten zijn doorstroomsubsidies of verhuisbonussen: gerichte vergoedingen die bewoners over de streep kunnen trekken om naar passende, kleinere woningen te verhuizen. Een gevaar bij generieke heffingen zoals de Duitse Fehlbelegungsabgabe — en varianten die sommige Nederlandse gemeenten testen — is dat mensen simpelweg een huurverhoging krijgen zonder dat er snel een alternatief beschikbaar is.
Woningcorporatie Actium (ruim 15.000 sociale huurwoningen rond Assen) wil volgend jaar maatregelen voor doorstroming uitrollen. Ze zetten onder meer een seniorenmakelaar in en voeren de campagne ‘Woont u nog fijn?’ om bewoners persoonlijk te benaderen, maar benadrukken dat niemand gedwongen zal worden te verhuizen. De conclusie: financiële prikkels kunnen helpen, maar vragen om maatwerk, voldoende alternatieve woningen en voorafgaand onderzoek om ongewenste effecten te vermijden.