Filosoof Marie Lucassen zag haar modellenwerk als een vorm van bevrijdende objectificatie. Totdat ze een shoot deed met haar dochter

zaterdag, 3 oktober 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Tijdens een fotoshoot bij haar huis wordt Marie Lucassen geconfronteerd met de indringende blik van haar vierjarige dochter. Haar woning is voor de gelegenheid gevuld met visagisten, kledingrekken en fotografen; Lucassen verschijnt uiteindelijk volledig gestyled in beeld, terwijl haar dochter haar zwijgend observeert. De poging om haar werelden – het moederschap en haar werk als model – samen te brengen, maakt haar onverwacht onzeker.

Lucassen beschrijft hoe ze haar rol als moeder altijd gescheiden heeft gehouden van haar bestaan als model. Ze studeerde filosofie en gebruikte die achtergrond lange tijd als intellectueel tegenwicht voor wat ze zag als de oppervlakkigheid van de modewereld. Nadat ze als tiener was gescout, groeide haar modellenwerk uit tot een bewuste overeenkomst: ze stelde haar uiterlijk beschikbaar en kreeg daarvoor onder meer financiële zelfstandigheid, internationale ervaringen en de mogelijkheid om onder hoge druk te leren presteren.

Haar denken over dat werk werd mede gevormd door Jean-Paul Sartres theorie over ‘de blik van de ander’. Volgens Sartre worden mensen zich door de aanwezigheid van anderen bewust van zichzelf als object van hun waarneming. Lucassen herkende dat mechanisme in de blik van de fotograaf, de klant en de schoonheidsindustrie. Aanvankelijk zag ze modellenwerk daarom als een vorm van objectificatie, maar later verdedigde ze in haar bachelorscriptie het idee dat die objectificatie ook bevrijdend kan zijn wanneer iemand er vrijwillig en binnen zelfgekozen grenzen aan deelneemt. Op een fotoset kon ze tijdelijk ophouden voortdurend vanuit haar hoofd te leven en simpelweg haar lichaam inzetten.

De blik van haar dochter brengt die redenering aan het wankelen. Het meisje kijkt niet als een onbekende of als een professionele beoordelaar, maar als iemand die nauw met Lucassen verbonden is en van haar leert. Daardoor voelt de fotoshoot niet langer als een afgebakende, vrijwillige rol. Lucassen beseft bovendien dat haar dochter haar werk waarschijnlijk anders zal interpreteren dan een zoon dat zou doen. In een samenleving waarin vrouwelijk uiterlijk nog altijd sterk bepalend is voor maatschappelijke waardering, kan een dochter in haar moeders uiterlijk en keuzes een mogelijk toekomstbeeld herkennen.

Met verwijzingen naar Adrienne Rich schrijft Lucassen over de bijzondere, soms beklemmende verbondenheid tussen moeders en dochters. Die relatie kan een bron van schaamte en afwijzing worden, maar ook van solidariteit. Ze hoopt haar dochter later te kunnen uitleggen hoe ze in de mode-industrie haar eigen weg vond, welke voordelen en risico’s dat werk had en hoe gemakkelijk ze haar waarde soms toch door anderen liet bepalen. Ze wil haar vooral meegeven dat een vrouw betekenis ontleent aan wat ze denkt en maakt, niet alleen aan hoe ze eruitziet.

Terwijl de fotograaf haar vraagt haar pose vast te houden, rent haar dochter naar een plas bij een standbeeld. In plaats van haar terug te roepen vanwege haar kleding of de volgende foto, laat Lucassen haar gaan. De modder spat omhoog, terwijl de camera blijft klikken: een klein moment waarin het kind zich onttrekt aan de logica van uiterlijk, controle en bekeken worden.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen reageert verbaasd op kritiek op boekcover met Lale Gül