Fijnstofpiek dit jaar hoger dan de voorgaande jaarwisseling. Vooral in de stad is dat een probleem
In dit artikel:
Rond de jaarwisseling ontstond in veel Nederlandse steden flinke smog door consumentenvuurwerk; het RIVM meldde dat fijnstofconcentraties op sommige plekken meer dan 20% hoger lagen dan tijdens de vorige Oud en Nieuw‑viering. Het instituut gaf daarom vooraf een smogalarm af. NRC bekeek meetgegevens van ruim vijftig stadstations waar PM2.5 wordt gemeten; het RIVM analyseerde daarnaast PM10‑waarden. Op enkele locaties bereikte de PM2.5‑piek extreem hoge waarden: in Veldhoven‑Europalaan (Eindhoven) 530 µg/m3 en bij Kardinaal de Jongweg (Utrecht) 508 µg/m3 — bijna drie keer zo hoog als het stedelijke gemiddelde deze jaarwisseling.
RIVM‑onderzoeker Joost Wesseling wijst op meerdere oorzaken: er zou circa 10% meer vuurwerk verkocht zijn dan vorig jaar en het was iets minder winderig, waardoor verontreiniging lokaal langer blijft hangen. In dichtbebouwde steden stapelen de effecten zich op omdat meer mensen per vierkante meter vuurwerk afsteken; in landelijke regio’s waaien de emissies sneller weg. Deze jaarwisseling loste de smog relatief snel op dankzij betrekkelijk harde wind.
De toename van vuurwerkfijnstof heeft duidelijke gezondheidseffecten. Longfonds‑directeur Károly Illy waarschuwt dat vooral mensen met longaandoeningen en hartpatiënten last hebben; Nederland telt ongeveer 1,2 miljoen mensen met een longaandoening, van wie naar schatting 800.000 klachten ervaren door vuurwerk. Klachten kunnen weken aanhouden en leiden soms tot ziekenhuisopname.
Op de lange termijn speelt vuurwerk steeds meer mee in de Nederlandse fijnstofbalans: vuurwerk is tegenwoordig goed voor ongeveer 5% van de jaarlijkse PM2.5‑emissies, tegenover minder dan 0,1% in 1990. Dat komt deels doordat consumentenvuurwerk de afgelopen decennia sterk is toegenomen, en deels doordat emissies van verkeer en industrie door technische maatregelen zijn gedaald. Toch blijft het lastig om de resterende vervuiling verder omlaag te brengen; experts noemen kleine stappen van 0,1 µg/m3 al zinvol. Een verbod op consumentenvuurwerk kan op jaarbasis op sommige plaatsen tot grotere verminderingen leiden en vermindert ook de uitstoot van zware metalen (barium, strontium, antimoon, koper, zink) die kleurende stoffen in siervuurwerk zijn.
Belangrijk praktisch punt: deze jaarwisseling was de laatste waarbij consumenten vuurwerk mochten afsteken; vanaf volgend jaar geldt een verbod. RIVM‑onderzoeker Wesseling benadrukt dat de uiteindelijke afname van vuurwerkemissies mede afhangt van hoe het verbod wordt vormgegeven en gehandhaafd — eerdere tijdelijke beperkingen, bijvoorbeeld tijdens de coronaperiode, lieten wel een daling zien maar niet een nuluitstoot.