FIFA wil strategie voor ticketprijzen WK herzien, maar pareert kritiek: 'Sommige kaartjes zijn goedkoper, andere wat duurder'
In dit artikel:
FIFA wil de prijsstrategie voor WK-tickets tegen het toernooi van 2030 herbekijken nadat er brede onvrede ontstond over de hoge tarieven voor het WK 2026 in de VS, Canada en Mexico. Dat liet secretaris-generaal Mattias Grafström weten tijdens het FIFA-congres in Vancouver: de kritiek wordt gehoord en er komt een analyse om te bepalen hoe het in de toekomst anders kan.
Tegelijk verdedigde FIFA de huidige prijzen als een afspiegeling van de Noord-Amerikaanse markt en wees de bond op het brede prijsaanbod. Critici vinden dat die uitleg niet afdoende is: supportersorganisaties zoals de European Supporters Federation en consumentenclub Euroconsumers hebben bij de Europese Commissie een klacht ingediend wegens mogelijk machtsmisbruik.
FIFA rekent er toch op dat de kaartverkoop records breekt: waar in 1994 3,5 miljoen tickets werden verkocht, is het toernooi nu uitgegroeid naar 48 landen en 104 duels (waarvan 78 in de VS). De organisatie verwacht een opbrengst van circa 13 miljard dollar, geld dat volgens FIFA weer in het voetbal wordt gestoken; ook de premies voor deelnemende landen zijn recent verhoogd.
Een belangrijke oorzaak van de prijsstijging is de invoering van dynamische prijzen: tarieven die meebewegen met de vraag. Dat leidde tot relatief goedkope kaarten voor minder populaire wedstrijden in andere toernooien, maar in 2026 zien populaire duels juist torenhoge bedragen — voorbeelden op de officiële doorverkoopsite tonen finale-tickets die voor miljoenen dollars per stuk werden aangeboden. De situatie brengt spanningen tussen commerciële doelstellingen, toegankelijkheid voor fans en mogelijke toezichtmaatregelen.