Fietsendief staat op camera, maar verzekering dekt schade niet: 'Geen braaksporen in gemeenschappelijke stalling'
In dit artikel:
Een vrouw uit een appartementencomplex zag vorig jaar september haar dure fiets van €3.545 verdwijnen uit de afgesloten gemeenschappelijke stalling. De berging is toegankelijk met een zogeheten druppel (elektronische sleutel), en er waren geen zichtbare braaksporen; op buurtcamera’s is wel te zien hoe een onbekende persoon de stalling binnenschuifelt en later wegfietst op haar rijwiel. Mogelijk ging de dader mee met iemand anders of gebruikte hij een druppel of loper om binnen te komen, stelde de eigenares bij haar claim op de inboedelverzekering van ASR.
De verzekeraar weigerde uit te betalen omdat de polis expliciet eist dat bij diefstal uit een gezamenlijke bergruimte zichtbare sporen van braak aanwezig zijn. Bij klachteninstituut Kifid eiste de vrouw betaling en vond dat ASR ten minste de camerabeelden had moeten meewegen; zij wees er ook op dat ASR in een eerder vergelijkbaar geval wel uitbetaald zou hebben. De geschillencommissie oordeelde echter dat de polisvoorwaarden duidelijk zijn: de aanwezigheid van braaksporen is een harde voorwaarde waarvoor de verzekeraar mag blijven staan. Daarom zijn de camerabeelden volgens het Kifid niet relevant om dekking vast te stellen, en eerdere coulancebetalingen scheppen geen juridisch afdwingbaar recht op vergoeding.
Kort gezegd: ondanks beeldmateriaal dat een onbekende op haar fiets toont, krijgt de vrouw geen schadevergoeding omdat de contractuele eis van zichtbare braaksporen niet is vervuld. Dit geval illustreert dat bij gemeenschappelijke bergingen aanvullende dekkingsvoorwaarden (zoals bewijs van inbraak) doorslaggevend kunnen zijn en dat eerdere vrijwillige betalingen door een verzekeraar niet automatisch precedent scheppen.