Fietscomputer of smartphone? Wat is beter op je fiets?
In dit artikel:
Een smartphone kan voor veel fietsers prima dienstdoen als fietscomputer. Met een stevige stuurhouder en apps zoals Google Maps, Komoot of Ride with GPS zijn navigatie, gps, snelheid, afstand en ritregistratie beschikbaar zonder een extra apparaat aan te schaffen. Ook een oude smartphone kan hiervoor worden gebruikt: thuis laad je routes via wifi, waarna navigatie en gps zonder simkaart werken. Een smartwatch kan daarnaast onder meer hartslag en trainingsgegevens bijhouden.
Aan het gebruik van een smartphone zitten wel nadelen. Regen, fel zonlicht, trillingen en een val kunnen het toestel beschadigen. Langdurige gps-navigatie verbruikt bovendien veel batterij, terwijl de telefoon mogelijk nodig blijft voor communicatie of noodgevallen. Offline fietsnavigatie werkt niet overal goed en voor uitgebreide functies van sommige apps zijn abonnementen of betaalde kaarten nodig. Ook is het verstandig de privacy-instellingen te controleren, omdat automatisch opgeslagen ritten inzicht kunnen geven in dagelijkse routes.
Een fietscomputer wordt vooral interessant voor wie regelmatig uren fietst, vaak in slecht weer rijdt of behoefte heeft aan een lange batterijduur en betrouwbare navigatie. De apparaten zijn doorgaans waterbestendig, stevig te monteren en dankzij fysieke knoppen ook met natte handen of handschoenen te bedienen. Fanatieke fietsers kunnen bovendien sensoren koppelen, zoals een hartslagband, cadanssensor, vermogensmeter of radar voor verkeer achter hen.
Voor korte ritten, woon-werkverkeer en incidentele weekendtochten volstaat een smartphone meestal. Een apart apparaat verdient zich vooral terug wanneer lange ritten, uitgebreide navigatie of trainingssensoren een vast onderdeel van het fietsen worden.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen neemt geen blad voor de mond over radioshow van Johan Derksen