Feynman en/of Feiten - Uitgeloot

zaterdag, 18 april 2026 (20:42) - GeenStijl

In dit artikel:

Afgelopen week vielen de dromen van veel leerlingen in duigen toen computersystemen en de numerus fixus hen uitsloten van hun eerste keus school of studie. Honderden tot duizenden scholieren — ongeveer 7.000–8.000 per jaar — doorlopen het lotingssysteem voor geneeskunde en andere beperkte opleidingen, zonder mogelijkheid tot bezwaar of beroep. Voor meisjes kan dat betekenen dat ze gevaarlijk ver moeten fietsen naar een acceptabele school; voor vwo’ers die arts willen worden betekent het jarenlang volgen van de vereiste bètavakken zonder garanties op een plek in de studie.

Zelfs wie wordt toegelaten stuit later op knelpunten: er zijn te weinig stage- en specialisatieplaatsen, waardoor studenten noodgedwongen naar het buitenland uitwijken of na hun basisopleiding vastlopen doordat er geen vervolgplaatsen zijn. Tegelijkertijd werken zittende specialisten extreem veel uren (in het artikel wordt het voorbeeld gegeven dat sommige specialisten ruim 2.500 uur per jaar draaien tegenover een pilootlimiet van circa 1.000 uur), wat leidt tot vermoeidheid en verhoogd risico op fouten. De combinatie van te weinig opleidingscapaciteit en overbelasting van zorgverleners ondermijnt de zorgkwaliteit en voedt een schadelijke braindrain: Nederland werft artsen uit armere landen weg, met negatieve gevolgen voor die landen.

Ook het voortgezet onderwijs zit scheef. Door politieke keuzes (onder meer een maatregel waardoor schooladviezen alleen omhoog mochten worden bij afwijkende centrale toetsing) steeg het aantal havo/vwo-adviezen sterk — het artikel noemt een toename van ongeveer 50%. Dat leidde tot kunstmatig opgeblazen vraag naar vwo-brugklassen, meer loting en verdringing, en leerlingen die “verzuipen” omdat ze niet passen bij het niveau of de onderwijsvorm. Een deel (10–20%) stroomt af. Tegelijkertijd zijn de kernvaardigheden in taal en rekenen dalend, en klassikaal onderwijs is vaak afhankelijk van de inzet van individuele docenten.

De schrijver pleit voor een ander denkkader: niet alleen snelheid en het hoogste niveau nastreven, maar aandacht voor passende leerweg en praktijkgerichtheid. Ons systeem is volgens hen juist goed ingericht om niveaus te stapelen — leerlingen kunnen meerwaarde halen uit het beheersen van meerdere niveaus — maar de beoordeling door de inspectie richt zich nu teveel op cijfers en doorstroomsucces in plaats van op studiekeuze- en systeemkwaliteit. Er is behoefte aan meer stageplaatsen, meer opleidingscapaciteit voor artsen (de oproep is impliciet: minstens twee keer zoveel), een minder elitegerichte instructiepolitiek en meer aandacht voor praktijkvaardigheden op alle niveaus. Kortom: het onderwijs- en zorgopleidingssysteem creëert onnodige verspilling van talent en capaciteit en vraagt om structurele herijking richting meer maatwerk en praktijkgericht opleiden.