Feynman en/of Feiten - Stek Oost
In dit artikel:
De auteur beschrijft Stek Oost — een complex waar 125 studenten en 125 asielzoekers samenhokten — als een schoolvoorbeeld van hoe geforceerd samenleven kan ontsporen. Aan de hand van reportages (waaronder een Zembla-item) en concrete strafzaken — zoals de veroordeling van Mohammed R.A. tot drie jaar voor de verkrachting van twee buurvrouwen — wordt geschetst dat culturele botsingen en structurele problemen jarenlang leidden tot seksueel geweld, stalking, diefstal en ander leed.
Kernpunten van de kritiek zijn: woningnood die mensen dwingt in ongewenste samenstellingen te wonen; bezuinigingen en leegloop van zorginstellingen waardoor kwetsbare groepen tussen “normale” bewoners zijn geplaatst; en gebrekkige handhaving en lange tolerantie door rechters voordat daders uit huis worden gezet. De tekst noemt voorbeelden waarin slachtoffers hun eigen woning niet meer durfden binnengaan en buurten langdurig ontwricht raakten. Ook wordt gewezen op gevallen als de Barendrechtse zedenzaak en Robert M., waar volgens de auteur het OM te laat of niet hard genoeg optreedt.
De schrijver voert aan dat culturele verschillen — met name bij vluchtelingen uit landen als Iran en Syrië — niet eenvoudig door studenten of buurtinitiatieven zijn op te lossen. Dat vergt volgens hem intensievere begeleiding, nauwere lijnen met politie en justitie en sneller signaleren en straffen: niet primair om te wreken, maar om een duidelijk afschrikkend signaal af te geven en slachtoffers te beschermen. Als voorbeeld van structurele falen wordt de documentaire Blauwe Ballen en het werk van Roy Dames genoemd, waaruit zou blijken dat de pakkans bij sommige zedenmisdrijven extreem laag is.
Politiek en media krijgen eveneens kritiek: vermeende politieke correctheid, onvoldoende aandacht voor religieuze en culturele contexten (de auteur haalt het NOS-OSINT-item over Iran aan) en behoudende omgang met lastige maatschappelijke thema’s — zelfs filmmakers die dergelijke onderwerpen aansnijden zouden met waarschuwingen worden geconfronteerd. Verder hekelt de tekst dat woningbouwverenigingen en politici uit kostenbesparing risicogroepen in sociale woningen plaatsten zonder passende nazorg.
Als oplossing bepleit de auteur drastischere maatregelen: strengere, langdurige of zelfs levenslange plaatsing van gevaarlijke daders in gesloten instellingen met arbeid, geografische verbanning uit de regio waar het delict plaatsvond en het centraal stellen van slachtoffers en nabestaanden bij beslissingen over straf en vrijheidsbeperkingen. Tevens pleit hij voor een andere invulling van #MeToo, met zwaardere en effectievere handhaving om de openbare ruimte veiliger te maken.
De tekst is uitdrukkelijk opinie en combineert persoonlijke verontwaardiging met oproepen tot beleidswijzigingen: meer preventie en nazorg in huisvesting, harder optreden tegen daders en meer bescherming en ruimte voor slachtoffers.