Feynman en/of Feiten - Oud en nieuw fiscaal falen
In dit artikel:
Een nieuw wetsvoorstel in Nederland wil gemakkelijk “crimineel” geld afpakken zonder dat iemand eerst in een strafproces schuldig wordt bevonden. De auteur waarschuwt dat dit neerkomt op een heropleving van een heksenjacht: de maatregel raakt vooral gewone mensen die niets hebben misdaan, terwijl professionele criminelen de heffing meerekenen en doorgaans onaangetast blijven. Wie verdacht wordt, kan volgens de voorstellen zijn bezit kwijt raken en jaren moeten procederen tegen de staat om het terug te krijgen — iets waar alleen vermogende verdachten structureren in kunnen voorzien met dure advocaten.
De kritiek wordt stevig in historisch perspectief geplaatst: de toeslagenaffaire fungeert als waarschuwing. Daar werden basisrechten zoals eigendom, de onschuldpresumptie, juridische bijstand en een eerlijk proces op grote schaal ondergeschikt gemaakt aan efficiëntie en minimale transparantie. Ambtenaren leverden vaak onvoldoende onderzoek, beroepten zich op politieke druk en scoorden op procedures door ongelezen beslissingen te laten volgen door gebrekkig rechtsherstel. Documenten werden volgens de schrijver achtergehouden en strafrechtelijke aansprakelijkheid van betrokken ambtenaren bleef uit, terwijl slachtoffers levens en gezinnen verloren en schade in de tonnen opliep.
Concreet noemt de tekst recente en vroegere voorbeelden om de risico’s te illustreren: het Openbaar Ministerie kondigde kort geleden aan dat het in een fraudezaak uit 2006–2009 82 miljoen euro had afgepakt en 3,4 miljoen boete had opgelegd — maar de verdachten zijn te oud, ziek of overleden en ontlopen daardoor straf. Johan van Laarhoven verloor jaren van zijn leven na uitlevering naar Thailand in een zaak rondom vermeende drugsbaronpraktijken, met enorme persoonlijke en financiële schade. De langdurige, mediagerichte procedure tegen Marco Borsato illustreert hoe prestigieuze zaken veel middelen opslokken en tegelijk het echte politiewerk verdringen.
Die verplaatsing van prioriteiten heeft volgens de auteur concrete maatschappelijke schade: serieus criminaliteitsbeleid en slachtoffers — bijvoorbeeld bij seksuele misdrijven — lijden omdat capaciteit en aandacht naar spraakmakende fraude- en vermogenszaken gaan. De pakkans op bijvoorbeeld aanranding en verkrachting blijft extreem laag, wat een onderdeel is van de maatschappelijke onveiligheid en van bewegingen als #MeToo.
Daarnaast waarschuwt de tekst voor juridische en economische onduidelijkheid voor zelfstandigen en flexwerkers. De grens tussen ondernemer en schijnzelfstandige is klein; wetgeving die dit onduidelijk laat, dwingt startende ondernemers, uitzenders en seizoenskrachten tot dure juridische trajecten of leidt tot onterechte boetes en naheffingen. Hoge Raad en Raad van State kunnen pas later richting geven, waardoor proefprocessen en juridische experimenten de norm worden en veel kosten en onzekerheid met zich meebrengen.
De conclusie is fundamenteel: beleid dat administratief vermogen kan afnemen zonder strafrechtelijke veroordeling ondermijnt elementaire rechtsbeginselen en leidt tot onherstelbare schade. In plaats van complex micromanagement is Nederland volgens de auteur gebaat bij eenvoudiger, beter uitgewerkte wetten en een overheid die weer zorgvuldig onderzoekt en de rechtsstaat respecteert.