Feynman en/of Feiten - Ayatollahs mogen heengaan
In dit artikel:
De auteur neemt scherp stelling tegen het Iraanse regime en schildert het als een crimineel, religieus bewind dat decennialang geweld, corruptie en expansieve militaire ambities combineert. Volgens het stuk hebben de ayatollahs tienduizenden betogers neergeschoten tijdens recente opstanden, onderdrukken ze vrouwen met religieuze politie en hoofddoekplicht, plegen ze eerwraak en zuuraanvallen, en voeren ze een systematische vervolging van religieuze minderheden zoals soennieten en christenen. Veel Iraniërs zouden inmiddels het geloof de rug hebben toegekeerd of meelijdbaar worstelen met uitzichtloze economische en sociale omstandigheden.
Economisch en strategisch ligt de vinger op grote misstanden: het regime zou miljarden verslonden hebben door het kernwapenprogramma en buitenlandse avonturen, met een totale schadepost van circa 3 biljoen dollar — een bedrag dat, verdeeld over de bevolking, volgens de tekst neerkomt op duizenden dollars per persoon en meerdere jaren loon. Tegelijkertijd wordt aangevoerd dat Iran meer dan 400 kg 60%-verrijkt uranium heeft geproduceerd — genoeg, aldus het artikel, voor meerdere kernwapens of voor gebruik in vuile bommen — en raketten bezit met ~2.000 km bereik en 1.200 kg laadvermogen, waarmee landen tot ver buiten het Midden-Oosten binnen schootsafstand zouden vallen. Deze dreiging verklaart volgens de auteur deels terughoudende diplomatieke reacties van andere staten en rechtvaardigt militaire acties zoals luchtaanvallen of het ontwikkelen van bunkerbrekende wapens.
Regionale veiligheidsproblemen lopen door: Iran wordt genoemd als financier en organisator van Hamas, Hezbollah en andere milities, met gevolgen voor Gaza (waar hulp en onderwijs volgens de schrijver gemanipuleerd zouden worden door haatdragende netwerken). Ook wordt gewezen op heroplevende radicale groepen in Syrië (inclusief IS en voormalige Al-Nusra-elementen) en op vrijgelaten gevangenen uit kampen als Al Hol. Internationale zorgen omvatten verder liquidaties en afpersing in Europa en infiltratie van maatschappelijke instituties, waardoor universiteiten en hulporganisaties kwetsbaar zouden zijn; als voorbeeld wordt genoemd dat Artsen Zonder Grenzen Gaza deels verlaat uit veiligheidsangst.
De kernboodschap van het stuk is dat diplomatie en gesprekvoering ontoereikend zijn zolang het regime mensen neerschiet, terreurnetwerken voedt en streeft naar nucleaire capaciteiten. De schrijver pleit voor hard optreden: dictators en hun netwerken moeten worden opgepakt, ontmanteld of militair bestreden, en handhaving wordt voorgesteld als praktische, concrete inzet in plaats van louter diplomatiek overleg.