Feynman en/of Feiten - Ali B
In dit artikel:
Jarenlange projecten om kwetsbare jongeren met rap, kickboksen of bekende rolmodellen als Ronnie Flex en Ali B zelfvertrouwen en richting te geven, krijgen in de tekst kritiek: zulke programma’s zouden veelal geen vakgerichte vaardigheden opleveren die nu hard nodig zijn in bouw, energie, zorg en defensie. Ali B, ooit door politici gepresenteerd als bruggenbouwer voor allochtone jongeren, staat intussen in het middelpunt van een strafrechtelijke controverse. Hij is veroordeeld voor twee verkrachtingen maar vrijgesproken van een afzonderlijke aanranding; justitie, de rechtbank en het hof achten het slachtoffer Jill Helena geloofwaardig, maar het hof vond onvoldoende zogeheten steunbewijs om die aanranding te bewijzen.
De auteur legt uit hoe de Nederlandse schakelbewijsconstructie werkt: bewijs van het ene delict kan als steun dienen bij een ander delict wanneer werkwijze of modus operandi overeenkomen, en dat steunbewijs hoeft niet per se uit een bewezen feit te stammen. De vraag die rijst is waarom schakelbewijs kennelijk wel wordt ingezet bij levens- of vermogensdelicten maar volgens het hof niet bij deze zedenzaken. De schrijver roept het Openbaar Ministerie op om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad, uit bezorgdheid dat zedenzaken te vaak in bewijsnood verkeren.
Verder bepleit de tekst een herbezinning op strafmaten: de rechterlijke macht hanteert een systeem waarmee een “gemiddelde” verkrachting ongeveer twee jaar gevangenisstraf oplevert, terwijl de wet maximaal twaalf jaar toestaat. Dat leidt tot vragen over proportionaliteit, afschrikking, genoegdoening voor slachtoffers en de rolverdeling tussen rechters en wetgevers. Ook pleit de auteur voor meer sturing op resocialisatie: vrijlating eerder verbinden aan het aantonen van inzicht en deelname aan intensieve behandelingen, zodat beloning voor medewerking wordt versterkt.
Tot slot wordt onderzoek genoemd dat in Zweden 21 jaar veroordelingen voor verkrachting analyseerde: de kans dat een migrant een dergelijk delict pleegt neemt af met de verblijfsduur; twee derde van de veroordelingen betrof personen met buitenlandse achtergrond. De schrijver stelt dat het Nederlandse WODC dit onderzoek met eigen data zou moeten herhalen om reële risico’s en preventieve interventies in kaart te brengen — dat moet helpen beleid te richten, vooroordelen te verminderen en recidive te voorkomen.