Festivals worden duurder en verkopen niet uit: 'Mensen hebben psychologische grens bereikt'
In dit artikel:
Dit weekend gaat het festivalseizoen van start: Paaspop in Schijndel en het elektronische DGTL in Amsterdam openen de rij evenementen. Waar eerdere jaren veel populaire feesten vroegtijdig uitverkocht raakten, zijn er nu nog volop kaarten beschikbaar voor onder meer Lowlands, Down the Rabbit Hole, Best Kept Secret en Wildeburg — een teken dat de vraag verandert.
Een belangrijke oorzaak is de stijgende kostenposten voor zowel organisatoren als bezoekers. Appelpop, het grote gratis publieksevenement in Tiel, doet dit jaar iets nieuws: voor het eerst in meer dan dertig jaar wordt er entree gevraagd — 30 euro voor het hele weekend. Programmeur Martijn van Kuilenburg legt uit dat oplopende uitgaven en de kwetsbaarheid van een gratis formule (drie slechte weersomstandigheden achter elkaar) de financiële ruimte hebben uitgehold. Hij verwacht hierdoor een forse terugval in bezoekersaantallen; waar eerdere edities naar verluidt 100.000 bezoekers per dag trokken, rekent de organisatie nu op 30.000–40.000. Van Kuilenburg erkent ook het begrip van publiek dat aarzelt: "Mensen hebben hun psychologische grens bereikt."
Kleinere, onafhankelijke festivals voelen die aarzeling extra scherp. Het Flevolandse Wilde Weide (ongeveer 6.000 bezoekers) vroeg publiek expliciet vóór eind februari tickets te kopen of een aanbetaling te doen, omdat het noodzakelijk is om vroeg inkomsten binnen te halen om quitte te spelen; de twee voorgaande edities sloten met verlies af. Organisator Maurice van de Berkt signaleert dat mensen wel willen komen maar de urgentie missen binnen vriendengroepen, en dat laatstaan-ticketkopers het programmeren en investeren bemoeilijkt: "Hoe vroeger mensen een ticket kopen, hoe vetter we het evenement kunnen maken."
Tegelijk bestaan er nog succesvolle voorbeelden van een stabiele marktpositie. Into The Great Wide Open op Vlieland verkoopt al jaren snel uit dankzij de unieke locatie en het karakter van het festival; het is een non-profit stichting die draait op ongeveer 800 vrijwilligers en een voorkeur heeft voor vooruitstrevende, niet-per-se-topacts. Na corona is de zelfopgelegde grens van circa 200 euro voor een weekend losgelaten; een ticket kost nu 285 euro — een noodzakelijke stap om het evenement levensvatbaar te houden, aldus directeur Douwe Luijnenburg.
Kortom: de festivalwereld past zich aan hogere kosten en veranderend consumentengedrag aan. Grote publieke gratis-formules verdwijnen of vragen vanaf nu geld, kleinschalige organisaties vragen vroegere zekerheid van kaartverkoop, en unieke locaties blijven aantrekkelijk genoeg om hogere prijzen te kunnen vragen.