Ferrari schakelt NASA in voor eerste elektrische supercar: Luce is zó snel dat het een probleem wordt
In dit artikel:
Ferrari zet in op beleving en schakelde tijdens de ontwikkeling van de Luce — het eerste elektrische supercarmodel van het merk — zelfs NASA in. Tijdens de ontwikkelingsfase bleek de directe, enorme koppellevering van de elektromotoren (ongeveer 1.000 pk in totaal) zo krachtig dat de acceleratie fysiek te intens kon worden voor inzittenden. Daarom vroeg Ferrari expertise van NASA en andere partijen om vast te stellen wanneer g‑krachten gezondheid of comfort kunnen schaden en hoe die krachten beheerst moeten worden.
De Luce heeft vier elektromotoren en een geschatte actieradius van rond de 500 km, maar het draait bij dit model vooral om hoe snelheid aanvoelt. In plaats van puur te wedijveren met cijfers, bouwt Ferrari de acceleratie bewust op: via flippers aan het stuur kan de bestuurder instellen hoeveel vermogen de auto op een gegeven moment vrijgeeft, van geleidelijk tot direct en fel. Het doel is niet alleen maximale prestaties, maar een rijervaring die technisch indrukwekkend én menselijk verdraagbaar is.
Ook het interieur onderstreept die filosofie: een strak, minimaal ontwerp met een compact display achter het stuur — Ferrari noemt dit een ‘binnacle’, ontleend aan de scheepvaart — en een speciale g‑krachtmeter. Door NASA’s kennis over g‑krachtreacties toe te passen wil Ferrari voorkomen dat de Luce te heftig aanvoelt, zodat snelheid en comfort hand in hand gaan.