Fernand Huts veroordeeld voor wegsluizen miljoenen naar belastingparadijs Jersey
In dit artikel:
Drie aan Fernand Huts gekoppelde Katoen Natie‑vennootschappen (Katoen Natie, Katoen Natie Terminals en Jongerius Technology) zijn door de rechtbank van Antwerpen veroordeeld voor fiscaal misbruik. In 2020 lieten die bedrijven meer dan 180 miljoen euro aan dividendstromen verlopen via twee Luxemburgse moedervennootschappen naar een trust op het belastingparadijs Jersey, zonder in België de verschuldigde roerende voorheffing te betalen. De groep beriep zich op de EU‑moeder‑dochterrichtlijn, maar de rechtbank oordeelde dat het om een kunstmatige constructie ging die primair was bedoeld om Belgische bronheffing te ontwijken. De rechter wees er ook op dat een groot deel van het uitgekeerde geld kort daarna weer belastingvrij naar België terugkeerde via leningen die in kapitaal werden omgezet. Hierdoor mocht de fiscus de vrijstelling weigeren en de roerende voorheffing opleggen. De drie bedrijven moeten gezamenlijk ongeveer 54,5 miljoen euro aan achterstallen betalen; omdat de administratie aanvankelijk een hogere aanslag had berekend, krijgen zij een deel terugbetaald. De fiscus vroeg geen bijkomende boetes — volgens advocaat Reinhard Van Hecke stond de vaststelling van de hoofdzakelijke belastingplicht voorop. De zaak is nog niet af: procedures over 2019 en andere Katoen Natie‑entiteiten lopen nog, waardoor de uiteindelijke aanslag voor de groep naar verwachting hoger zal uitvallen.