Farmaceuten lobbyen bij artsen om de markt voor afslankprikken te veroveren
In dit artikel:
Afslankmiddelen zoals Mounjaro en semaglutide-geneesmiddelen zijn uitgegroeid tot een lucratieve markt voor farmaceuten, met grote gevolgen voor de zorg in Nederland. Op 3 november vorig jaar kondigde Eli Lilly een investering van 2,6 miljard euro aan voor een fabriek in Katwijk, goed voor ongeveer 500 banen rond 2030. De aankondiging werd begroet door demissionair minister Jan Anthonie Bruijn en onderstreept hoe snel deze medicijnen commercieel zijn doorgebroken: Mounjaro belooft tot ongeveer 20% gewichtsverlies in anderhalf jaar en droeg bij aan een enorme omzetstijging voor producenten. Eli Lilly bereikte recentelijk een beurswaarde van ruim 1 biljoen dollar; de verkoop van afslankmiddelen leverde het bedrijf in één kwartaal zo’n 10 miljard dollar op — een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor.
Die economische winst weerspiegelt zich in Nederland: vergoede uitgaven aan medicatie stegen in 2024 met ongeveer 24 miljoen euro, terwijl niet-vergoede aankopen ook sterk toenamen. Tegelijkertijd is overgewicht wijdverbreid: ongeveer de helft van alle volwassenen kampt met te veel gewicht, waardoor de potentiële afzetmarkt extreem groot is.
Follow the Money analyseerde ruim 30.000 transacties uit het Transparantieregister Zorg en toont dat marktleiders Eli Lilly en Novo Nordisk hun betalingen aan zorgverleners tussen 2021 en 2024 sterk opvoerden. Samen betaalden zij in die periode circa 1,75 miljoen euro aan zorgverleners; in 2024 alleen werden internisten bijna 300 keer vergoed, gemiddeld rond 665 euro per transactie — ruim meer transacties dan in 2021. Veel betalingen betreffen nascholing, advies of reis- en verblijfkosten voor bijeenkomsten. Omdat kleinere geschenken en vergoedingen onder de 500 euro niet altijd in het register verschijnen, is het beeld waarschijnlijk nog onvolledig.
Onderzoekers en clinici waarschuwen dat deze financiële relaties voorschrijfgedrag kunnen beïnvloeden. Luc Hagenaars (Amsterdam UMC) wijst op studies die laten zien dat ook kleine geschenken leiden tot onbewuste beïnvloeding van artsen. Kinderarts Felix Kreier (OLVG), gespecialiseerd in obesitas, benadrukt de uitzonderlijke grootte van de belangen rondom deze middelen en roept collega’s op terughoudend te zijn: voor sommige patiënten zijn de injecties een uitkomst, maar bij veel anderen zijn de langetermijnvoordelen onduidelijk en de belangen van patiënt, behandelaar en producent daardoor problematisch.
Farmaceutische bedrijven gebruiken meerdere strategieën om de markt te vergroten. Ze voeren agressieve marketingcampagnes — waarbij toezichthouders voorbeelden van misleidende claims al hebben teruggefloten — en lobbien voor verruiming van de vergoedingscriteria. Het Zorginstituut beoordeelt nu vergoeding voor mensen met BMI boven 30 (ongeveer 2 miljoen volwassenen). Fabrikanten pleiten ervoor om de grens te verlagen naar BMI boven 27, waardoor mogelijk 4,1 miljoen Nederlanders in aanmerking zouden komen en het marktpotentieel rond de 10 miljard euro per jaar zou liggen. Critici waarschuwen dat zo’n verruiming kan leiden tot medicalisering: niet de onderliggende leefstijlproblemen zouden worden aangepakt, maar er wordt snel naar medicatie gegrepen.
Ook de communicatie rond het gebruik van deze middelen krijgt kritiek. Richtlijnen van het Zorginstituut adviseren eerst minimaal een jaar intensieve leefstijlinterventie (meer bewegen, gezonder eten) voordat medicatie wordt voorgeschreven. Volgens apotheker Mimoun Berrich maken fabrikanten in hun marketing vaak geen duidelijk punt van die voorwaarde. Verder heeft de Stichting Code Geneesmiddelenreclame Eli Lilly recentelijk gesommeerd claims aan te passen nadat deze onterecht superioriteit van Mounjaro ten opzichte van andere middelen suggereerden.
Een belangrijke zorg is de noodzaak van langdurig of levenslang gebruik. Onderzoek wijst uit dat veel gebruikers het middel moeten blijven gebruiken om het gewicht op peil te houden. De effecten op de lange termijn en mogelijke psychiatrische bijwerkingen zijn nog niet goed gedocumenteerd. Kreier wijst naar de amygdala als een hersengebied waar GLP-1-agonisten op kunnen ingrijpen en waarschuwt voor psychologische bijwerkingen; vergelijkingen worden gemaakt met het eerder van de markt genomen rimonabant (2008), dat leidde tot ernstige psychiatrische problemen bij sommige gebruikers. Voor de huidige generatie afslankmiddelen zijn wel meldingen van soortgelijke klachten, maar grootschalig, onafhankelijk onderzoek ontbreekt.
Onderzoekers pleiten daarom voor onafhankelijk, niet-gesponsord onderzoek en meer transparantie rond de banden tussen industrie en zorg. Hoogleraar gezondheidseconomie Rob Baltussen juicht de voorzichtige benadering van het Zorginstituut toe: ruimere vergoeding van dure geneesmiddelen kan zorgkosten elders verlagen, maar betekent ook dat middelen van de begroting ten koste gaan van andere zorgvoorzieningen. De vraag hoe de stijgende zorguitgaven structureel beheerst kunnen worden, speelt in dit debat een centrale rol.
Kortom: de snelle opmars van GLP-1-achtige afslankmedicijnen heeft geleid tot enorme commerciële belangen en intensieve contacten tussen farmaceuten en zorgverleners. Dat vergroot de beschikbaarheid van effectieve behandelingen voor sommige zieke patiënten, maar roept serieuze vragen op over beïnvloeding, marketingpraktijken, indicatie-uitbreiding en vooral de onbekende langetermijnrisico’s — reden voor terughoudendheid en onafhankelijk onderzoek.