Familie van prepper Yannick Verdyck stelt onderzoek in vraag na dodelijke politie-interventie: "Wij willen de waarheid"
In dit artikel:
De ouders van Yannick Verdyck reageren voor het eerst publiekelijk op de omstandigheden rond zijn dood en uiten zware twijfels over het gerechtelijk onderzoek. Verdyck, woonachtig in de Molenlei in Merksem, werd op 28 september 2022 tijdens een politieactie door speciale eenheden dodelijk getroffen in zijn huis. De familie zegt verrast te zijn geweest door het feit dat hun zoon op de radar van politie en Staatsveiligheid stond; ze wisten wel dat hij een prepper was, maar verzetten zich tegen het beeld van een extremist of terrorist.
Het onderzoek naar Verdyck begon in juli 2022 nadat de Staatsveiligheid zorgen rapporteerde. In het gerechtelijk dossier staat dat Verdyck plannen zou hebben voor gewapend verzet tegen de overheid en zou beschikken over uiteenlopend materiaal: legale en illegale wapens, munitie, kogelwerende vesten, radiocommunicatiemiddelen, jammers en geprepareerde drones. Die omschrijving wordt door de familie ontkend; er zou geen enkel bewijs zijn voor een concrete aanslag of terroristisch plan.
Politie en onderzoeksdiensten hielden observaties en telefoontaps. Daaruit ontstond volgens het dossier het beeld van een prepper: iemand die voorzorgsmaatregelen neemt voor noodsituaties, betaalt met contant geld en zich bewaapent. Sommige afgeluisterde uitspraken — onder meer een opmerking over slapen met een 9 mm onder het kussen en een dreiging dat “meer dan 15 man” zouden sterven — vormden aanleiding tot bezorgdheid bij onderzoekers. Het parket noteert tegelijk dat er geen aanwijzingen waren voor een vastgesteld tijdstip van een aanslag.
Op de ochtend van de huiszoeking kregen de speciale eenheden een briefing waarin Verdyck werd voorgesteld als extreemrechts en gevaarlijk, wat de inzet verklaart: 14 agenten, een inval rond 5.15 uur, het inslaan van een raam aan de voorkant en geforceerd binnendringen via de achterzijde. Volgens politieverslagen werd Verdyck wakker, bevalen agenten hem handen omhoog te doen, en zou hij vervolgens één of twee geweren hebben gepakt en gericht hebben op de binnenkomende collega’s. Later bleek dat de wapens ontladen waren. Agenten verklaarden zich bedreigd te hebben gevoeld en openden het vuur; Verdyck werd vijf keer geraakt en overleed vrijwel meteen. Bij de actie werd onder andere “tango down” gemeld; reanimatiepogingen waren vergeefs.
De familie zet vraagtekens bij tal van feiten: was een militaire inzet noodzakelijk, waarom lopen verklaringen van agenten uiteen over houding en aantal wapens, en waarom zou een wapen met loop naar de straat zijn gevonden als het gericht op agenten zou zijn? Zij lieten zelf een ballisticus en een bloedspattenexpert rapporteren en komen tot andere conclusies dan het parket. Ook betwijfelen ze de reconstructie die hen werd getoond en noemen die op sommige punten onmogelijk.
In januari van dit jaar besliste het parket in Antwerpen de buitenvervolgingstelling voor de agent die de dodelijke schoten loste: er zou sprake zijn geweest van wettige verdediging en het onderzoek zou deugdelijk gevoerd zijn. De familie tekende beroep aan; de zaak komt in september voor het hof van beroep. De federale politie heeft laten weten medeleven met de nabestaanden en volledige medewerking aan het onderzoek te hebben verleend, maar wil zich tot de definitieve rechterlijke uitspraak niet publiekelijk uitlaten.
Tegelijk blijft Verdycks persoon doorschemeren in een gerelateerde rechtszaak tegen vijf kompanen, die veroordeeld werden wegens het “koesteren van plannen”; Verdyck zelf was daar niet meer aanwezig omdat hij was overleden. De kwestie legt spanningen bloot tussen de interpretatie van afgeluisterde uitspraken als bedreiging en de familie’s oproep tot een grondige en transparante beantwoording van alle openstaande vragen.