Familie uit Asse drukt dure energiefactuur met teelt van olifantsgras: "Duitsland is ons al ver vooruit"
In dit artikel:
Op familiebedrijf en B&B Hof ter Vrijlegem in Asse kweken An Saerens en Peter Coucke al jaren olifantsgras (miscanthus giganteus) om hun energiebehoefte te dekken. Het koppel plantte 14.000 stengels op één hectare; na hakselen en persen tot pellets levert die oogst volgens hen het energievermogen van ongeveer 6.000 liter stookolie op. De stengels worden tot drie meter hoog en geoogst in het voorjaar. De pellets worden opgeslagen in hun pakhuis; samen met zonnepanelen zorgde dat ervoor dat hun energiefactuur vorige maand nauwelijks 50 euro bedroeg (grotendeels kosten voor de netaansluiting van de zonnepanelen).
Saerens en Coucke ontdekten miscanthus zo’n vijftien jaar geleden in Duitsland, waar het gewas als biobrandstof vaker wordt gebruikt — ook omdat daar minder huizen op een gasnet aangesloten zijn en boeren gedwongen zijn alternatieven te zoeken. Miscanthus heeft eigenschappen die het interessant maken als energiegewas: hoge koolstofopslag per hectare vergeleken met een volwaardig bos, weinig tot geen extra bemesting nodig en een hoog opbrengstpotentieel.
Tegelijk kent de teelt beperkingen. Aanplant is relatief duur en de velden moeten meerdere jaren blijven staan, waardoor ze niet geschikt zijn voor voedselproductie. Voor kleine stadstuinen is het gewas onpraktisch vanwege de oppervlaktebehoefte, al wordt het soms klein toegepast als natuurlijke beschutting. Saerens ziet wel mogelijkheden op braakliggende of gemeentelijke wachtgronden, en wijst op verschillen in organisatie van lokale energievoorziening tussen België en buurlanden.
Tegelijk keert de Europese context terug in hun overwegingen: de gestegen energieprijzen — die de EU recent onder meer aan conflicten in het Midden-Oosten koppelt — drukken zwaar op consumenten en lidstaten. Voor het koppel toont hun praktijk hoe kleinschalige, lokale biomassa en zonnepanelen kunnen bijdragen aan energieonafhankelijkheid, maar grootschalige uitrol stuit op economische, ruimtelijke en beleidsmatige barrières.