Factsheet hartslagvariabiliteit

vrijdag, 16 januari 2026 (09:16) - TopSport Topics

In dit artikel:

Hartslagvariabiliteit (HRV) meet hoe sterk de tijdsintervallen tussen opeenvolgende hartslagen variëren. Een hoge HRV duidt meestal op een goed aanpassingsvermogen van het lichaam; een lage HRV wordt vaker gelinkt aan vermoeidheid, stress of overtraining. Daardoor gebruiken sporters, coaches en onderzoekers HRV steeds vaker om herstelstatus en trainingsgeschiktheid te beoordelen en om overbelasting te voorkomen.

Rustmetingen van HRV worden vooral ingezet om ‘training readiness’ te bepalen. Het uitgangspunt is individuele verandering ten opzichte van iemands eigen gemiddelde (bijvoorbeeld over zeven dagen): zowel afwijkingen naar boven als naar beneden kunnen wijzen op onvoldoende herstel. Bij afwijkende HRV worden trainingsintensiteit of -omvang aangepast, bijvoorbeeld door geplande zware sessies te vervangen door lichtere trainingsvormen. Onderzoek wijst uit dat HRV-gestuurde training doorgaans betere trainingsaanpassingen oplevert dan strikt vooraf bepaalde trainingsschema’s. Of HRV-gestuurde aanpassingen beter zijn dan aanpassingen gebaseerd op hoe sporters zich voelen (subjectieve metingen) is echter nog niet beslist; in sommige studies bleek het gevoel zelfs gevoeliger of leidde het tot grotere prestatiewinst. Omdat subjectieve scores vatbaar zijn voor sociaal wenselijk antwoorden, lijkt een combinatie van HRV en subjectieve rapportage het meest veelbelovend.

HRV is ook tijdens inspanning te gebruiken om trainingszones en drempels (zoals ventilatoire of lactaatdrempels) te bepalen. Een specifieke analysemethode — detrended-fluctuation analysis (DFA) — kan in een niet-vermoeide staat nauwkeurig wijzen op eerste en tweede ventilatoire drempel. Dit biedt het voordeel dat een maximale inspanningstest niet per se nodig is en maakt real-time feedback tijdens trainingen mogelijk; verschillende apps bieden inmiddels dergelijke algoritmes aan. Belangrijke beperkingen zijn dat DFA vooral gevalideerd is met een 12-kanaals inspannings-ECG (laboratoriumkwaliteit). Signaalverstoring bij sporten met schokken (bijv. hardlopen) vermindert de nauwkeurigheid van borstbanden en polsapparatuur, en DFA-waarden veranderen sterk bij vermoeidheid, waardoor de methode vooral betrouwbaar is als de sporter fris is. Tegelijkertijd kan die gevoeligheid juist gebruikt worden om tijdens sessies de intensiteit bij te sturen: zakt de waarde onder een grens, dan is rust verstandig; stijgt-ie weer, dan kan men hervatten.

Wat betreft meetapparatuur: een ECG (via elektrodes of borstband) registreert het elektrische hartsignaal en blijft de aanbevolen keuze bij inspanning. Fotoplethysmografie (PPG), gebruikt in veel polshorloges en smartphonecamera’s, is prima voor rustige, staande of liggende rustmetingen, maar verliest nauwkeurigheid bij hoge inspanningsintensiteit. Voor dagelijkse rustmetingen wordt een korte, gestandaardiseerde procedure aangeraden: ’s ochtends direct na opstaan (bijvoorbeeld na toiletgang), korte rust van circa vijf minuten en dan een twee minuten durende meting—bij voorkeur staand. Er bestaan vele analysemethoden en apps; voorbeelden van gevalideerde software zijn hrv4training en andere gespecialiseerde tools.

Samenvattend is HRV een nuttig instrument om de balans tussen belasting en herstel te monitoren en kan het training persoonlijker maken. Het levert waarschijnlijk betere uitkomsten dan rigide schema’s, maar moet worden gezien als aanvulling op, niet als vervanging van, subjectieve ervaring en coachobservatie. Meetstandaardisatie, de keuze van sensor en het vergelijken met individuele baselines zijn cruciaal om HRV praktisch betrouwbaar te gebruiken.