Faaljustitie ten top: Weski handelde onder doodsangst voor Taghi, maar OM eist toch ijskoud 4,5 jaar cel

vrijdag, 3 april 2026 (19:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Het Openbaar Ministerie eiste donderdag 4,5 jaar cel tegen voormalig advocate Inez Weski omdat zij volgens justitie als doorgeefluik heeft gefungeerd voor de criminele organisatie van Ridouan Taghi en zo zijn drugshandel vanuit de zwaarbewaakte EBI heeft gefaciliteerd. Justitie verwijt haar onder meer betrokkenheid bij het doorsluizen van berichten via Sky ECC-telefoons en USB-sticks. Weski werd in april 2023 gearresteerd; kort daarna zei ze volgens het OM dat ze dit niet had gewild en dat ze vreesde het niet te overleven.

De opiniestuk-auteur bekritiseert de eis scherp: enerzijds erkent het OM dat het rekening hield met zware dreiging en dwang waaraan Weski zou zijn blootgesteld, anderzijds weegt het die mogelijk levensbedreigende druk volgens de schrijver nauwelijks mee in de strafmaat. De officier stelde bovendien dat van een advocate met de “statuur” van Weski mag worden verwacht dat zij druk kan weerstaan — een conclusie die het stuk als onrealistisch en ongevoelig bestempelt gegeven de extreem gewelddadige reputatie van Taghi’s netwerk (waarbij onder anderen advocaat Derk Wiersum, journalist Peter R. de Vries en familieleden van kroongetuigen werden vermoord).

Het artikel beschuldigt de staat van falen op twee fronten: onvoldoende bescherming van advocaten en het gevangenissysteem dat niet in staat zou zijn om gedetineerden binnen de EBI tegen chantage en dreiging te vrijwaren. Daardoor zou Weski volgens de auteur als 60-plusser door het systeem worden blootgesteld aan levensgevaarlijke keuzes, waarna justitie haar vervolgt als makkelijke manier om hard op te treden tegen georganiseerde misdaad zonder de diepere structuren of de staatsplicht tot bescherming te adresseren.

Kort samengevat: de zaak roept fundamentele vragen op over dwang als strafverminderende factor, de rol en plicht van het OM om bewijs van bedreiging te onderzoeken (ondanks verschoningsrecht) en de mate waarin de staat zijn eigen sleutelfiguren in zware strafzaken adequaat beschermt.