Extra geld voor Nederlandse rijksmonumenten. Minister Bruins: 'We hebben deze vaste waarden nodig'
In dit artikel:
OCW-minister Eppo Bruins heeft aangekondigd dat er extra geld beschikbaar komt voor het onderhoud van rijksmonumenten in Nederland: een eenmalige verhoging van 155 miljoen euro en een structurele toevoeging van 15,8 miljoen euro. Dit bedrag is bedoeld om de achterstallige onderhoudsschulden bij onder andere grote rijksmonumenten zoals het stadhuis van Middelburg en de Rivièrahal in Diergaarde Blijdorp te verminderen. Hoewel het extra geld verlichting biedt en meer eigenaren in staat stelt subsidies of leningen te krijgen, lost het de problematiek niet volledig op; voor het terugdringen van de restauratieachterstand tot het streefcijfer van 10 procent is aanzienlijk meer financiering nodig, tussen de 367 en 770 miljoen euro afhankelijk van de termijn.
De middelen zijn vrijgemaakt door een verschuiving binnen de OCW-begroting, onder andere door het naar voren halen van een uitkering aan het Nationaal Restauratiefonds en het herbestemmen van resterende budgetten. Bruins benadrukt dat het behalen van het onderhoudsdoel mede afhankelijk is van toekomstige kabinetten, het aantal subsidieaanvragen en de beschikbaarheid van vakmensen. Om werkgelegenheid voor ambachtslieden te garanderen, is bewust een restachterstand van 10 procent geaccepteerd.
Daarnaast is het programma ‘Toekomst Religieus Erfgoed’ verlengd om de leegloop van gebedshuizen te adresseren. Hoewel in het Kamerstuk niet expliciet moskeeën genoemd worden, vallen deze wel onder de noemer ‘gebedshuizen’, en mogelijk zullen moskeeën in de nabije toekomst ook als rijksmonument worden aangewezen.
Naast het extra geld signaleert de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) dat veel gemeenten problemen ervaren bij het uitvoeren van hun erfgoedtaken. Deze taken zijn cruciaal bij vergunningverlening en het geven van advies, maar kennis- en capaciteitsgebrek leidt soms tot onvoldoende zorg voor monumenten. Bruins noemt dit een structureel probleem en wijst op het begin 2024 opgerichte stimuleringsprogramma Erfgoed en Overheid, dat lokale overheden helpt om deze uitdagingen beter aan te pakken. Desondanks blijft het behoud van monumenten afhankelijk van een complexe samenwerking tussen rijk, gemeenten en eigenaren.