Expositie belicht Groningen als dovenhoofdstad van Nederland. 'Zonder Groningen had de Nederlandse dovengeschiedenis er heel anders uitgezien'
In dit artikel:
In het Groninger Museum (expositieruimte Museum aan de A) loopt de tentoonstelling Wie schrijft geschiedenis?, die voor het eerst de lange, weinig bekende geschiedenis van doven in Groningen zichtbaar maakt. Op schermen worden gesprekken en verhalen in Nederlandse Gebarentaal (NGT) getoond: gebaren, mimiek en houding fungeren als gesproken tekst en maken de dovencultuur ervaarbaar voor bezoekers.
De expositie belicht hoe Groningen zich vanaf 1790 ontwikkelde tot belangrijk centrum voor dove mensen, nadat dominee Henri Daniel Guyot daar de eerste dovenschool van Nederland oprichtte. Die instelling groeide uit tot een nationaal knooppunt voor onderwijs, taalontwikkeling en communityvorming; onderwijspraktijken en gebaren verspreidden zich van Groningen naar andere instituten. Historica Sanne Meijer en Kentalis-onderzoeker Corrie Tijsseling benadrukken dat dit verhaal lang onderbelicht bleef en dat het museum wil laten zien waarom het perspectief van dove mensen onmisbaar is voor een volledig beeld van de geschiedenis.
De tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met de Kentalis Guyotschool en Historie Doven Groningen en zet ook de culturele dynamiek van dove gemeenschappen uiteen: omdat 90–95% van dove kinderen horende ouders heeft, moet elke generatie taal en cultuur opnieuw ontwikkelen, waardoor documentatie cruciaal is. De Guyotschool stond bekend als relatief liberaal—waar andere internaten gebaren verbood, was in Groningen meer ruimte voor NGT, wat bijdroeg aan sociale veiligheid en taalkundige continuïteit.
De rode draad in het verhaal is de strijd om erkenning: na het internationale congres in Milaan (1880) verdween gebarentaal uit veel onderwijspraktijken en nam de spraakmethode het meestal over; pas rond 1980 kwam NGT terug in het onderwijs, en in 2021 werd NGT officieel erkend. Regionale varianten van gebaren bestaan wel (geen officiële dialecten), en het Nederlands Gebarencentrum legt die vast in een online woordenboek—voor het gebaar ‘vriend’ zijn er bijvoorbeeld twaalf regionale vormen. Tijdens de coronacrisis werd NGT extra zichtbaar doordat tolken persconferenties vertaalden.
Cijfers: Nederland telt ruwweg 1,3–1,5 miljoen doven en slechthorenden; circa 12.000 mensen zijn doof vanaf de geboorte of jonge leeftijd en gebruiken vaak NGT als eerste taal. De tentoonstelling, die dovenhistorie en cultuur centraal stelt, is nog te zien tot 6 april; Museum aan de A zelf is tijdelijk gesloten wegens renovatie.