Explosieve AI-groei spekt portemonnee in Seoul: hoe Zuid-Korea uit armoede klom en nu strijdt om winstverdeling
In dit artikel:
Zuid-Korea transformeerde in enkele decennia van een door oorlog verwoest, arm land tot een wereldspeler in technologie en luxeconsumptie. In Seoul weerspiegelt dat de straten: high-end winkels, designermerken, dure cafés en moderne wooncomplexen. Tegelijkertijd investeren families massaal in onderwijs; particuliere bijles en avondstudies zijn normaal omdat toelating tot topuniversiteiten de weg opent naar banen bij grote bedrijven.
De recente katalysator van deze nieuwe welvaart is de explosieve vraag naar AI-hardware. Grote Zuid-Koreaanse chipmakers, vooral Samsung en SK Hynix, domineren de markt voor geheugenchips — samen goed voor ongeveer 70 procent van de wereldproductie — en profiteerden sterk van de AI-boost. Samsung bereikte een beurswaarde boven 1 biljoen dollar en vertegenwoordigt ongeveer een kwart van de Zuid-Koreaanse export; het bedrijf rapporteerde deze maand ruim acht keer hogere opbrengsten dan een jaar eerder.
Die winsten leidden tot onrust onder werknemers. Vakbonden dreigden met een 18-daagse staking die naar schatting 20 miljard dollar schade kon veroorzaken. De regering en toppolitici bemoeiden zich met de onderhandelingen. Uiteindelijk bereikten Samsung en arbeiders een akkoord: voor medewerkers van de halfgeleiderafdeling wordt over de komende tien jaar 10,5 procent van de winst in aandelen uitgekeerd, wat neerkomt op gemiddelde bonussen van ongeveer 400.000 dollar per werknemer. De oplossing bluste de directe dreiging van een staking, maar markeert waarschijnlijk het begin van een bredere discussie over de verdeling van AI-winst.
De wortels van Zuid-Korea’s snelle opkomst liggen in staatsgestuurde industrialisatie onder president Park Chung-hee. De overheid zette in op export, stuurde ingenieurs (o.a. naar Schotland om schepen te leren bouwen) en richtte zich op de ontwikkeling van chaebol — grote familieconglomeraten zoals Samsung, LG en SK. Wat begon met massaproductie van goedkope electronica groeide vanaf de jaren 80-90 via zware investeringen in halfgeleiders uit tot de technologische basis van vandaag.
Die concentratie van economische macht heeft keerzijden. De grootste aandelen en winsten zitten vaak bij de familie-eigenaren en bij onderling verbonden bedrijven; Zuid-Koreaanse conglomeraten nemen naar schatting 82 procent van de beurswaarde voor hun rekening. Dit schept ongelijkheid en politieke gevoeligheid: pogingen om de macht van bedrijven in te perken slaagden niet structureel, terwijl de samenleving afhankelijk is van hun rol in de nationale welvaart. Zoals een deskundige opmerkte: "In Zuid-Korea zijn bedrijven nu machtiger dan de staat." De recente beloningen voor chipwerkers tonen zowel de rijkdom die AI kan opleveren als de spanningen over wie daar uiteindelijk van profiteert.