"Explosie voedselprijzen onvermijdelijk"
In dit artikel:
Mark van den Oever, voorman van Farmers Defence Force, luidt de noodklok: door de oorlog in het Midden-Oosten en de blokkade van de Straat van Hormuz zijn brandstof-, gas- en kunstmestprijzen scherp opgelopen, en dat zal volgens hem volgend jaar leiden tot forse voedselprijsstijgingen. Hij wijst op een sterke prijsstijging van ureum (ongeveer 50%) en waarschuwt dat deze kosten doorwerken door alle schakels van de voedselketen — van het bewerken van grond en het bemesten van akkers tot koeling en transport — waardoor consumenten duurder uit zullen zijn.
De waarschuwing wordt deels ondersteund door RaboResearch: dat kenniscentrum schrijft in een rapport van 3 april dat hogere energie- en kunstmestkosten kunnen resulteren in een consumentenvoedselinflatie van 5–10% in 2027. Van den Oever noemt dat te optimistisch en verwacht eerder een stijging van 20%, mogelijk tot 30%, omdat prijsstijgingen zich cumulatief ophopen. Ook IMF, Wereldbank en Wereldvoedselprogramma signaleren begin april dat stijgende olie-, gas- en kunstmestprijzen, gecombineerd met transportknelpunten, onvermijdelijk tot hogere voedselprijzen leiden.
Van den Oever illustreert de impact praktisch: landbouwmachines verbruiken veel diesel (hij tankt een trekker van 550 liter), telers hebben grote koelinstallaties en kassen draaien op gas, loonbedrijven gebruiken veel diesel. De gevolgen verschillen per sector, maar niemand ontkomt volgens hem aan de hogere kosten. Hij waarschuwt bovendien dat vooral ontwikkelingslanden en grote bedrijven in Oost-Europa zwaar worden getroffen; zij hebben minder koopkracht om dure kunstmest te blijven aanschaffen, wat bij lagere bemesting direct tot lagere opbrengsten en voedseltekorten kan leiden.
Als maatregel pleit Van den Oever voor het dempen van brandstofkosten — bijvoorbeeld door (gedeeltelijk) herinvoering van rode diesel met een lager accijnstarief voor landbouwgebruik, iets dat in Nederland tot 2013 bestond. Hij is sceptisch dat de Nederlandse regering accijnzen verlaagt; politieke keuzes en uitgavenprioriteiten zouden dat volgens hem onmogelijk maken. Binnen zijn eigen achterban ziet hij weinig eensgezindheid over actie: een deel wil radicale protesten, anderen kiezen de politieke weg via partijen als BBB, waardoor voorlopig geen gezamenlijke acties gepland worden.
De impact reikt ook naar de visserij: Stellendamse kottervaarder Evert de Blok meldt dat twee derde van de grotere Noordzeekotters momenteel aan de kant ligt omdat dieselkosten een reis van tienduizenden liters brandstof financieel onhoudbaar maken. Hij wijst daarnaast op onevenwichtige prijsopbouw in de keten en pleit voor andere prijssystemen (vaste bedragen i.p.v. procentuele marges) en een minimumprijs bij visafslagen om verkopen onder kostprijs te voorkomen.
Kortom: hogere energie- en kunstmestprijzen door geopolitieke spanningen vergroten de productiekosten in landbouw en visserij, met risico’s op dalende mondiale opbrengsten en stijgende consumentenprijzen — effecten die volgens betrokkenen al volgend jaar in de supermarkt zichtbaar kunnen worden.