EXCLUSIEF. Antwerps burgemeester Els van Doesburg (N-VA): "De bagger op mijn sociale media komt heus niet allemaal van linkse jongens"
In dit artikel:
Els van Doesburg (N-VA), sinds kort burgemeester van Antwerpen en kersverse moeder van zoon Marcel, vertelt in dit interview hoe ze gezin en bestuurlijke taken zoekt te combineren en hoe zij kijkt naar polarisatie en veiligheid in haar stad. Marcel — zoon van Van Doesburg (36) en Kamervoorzitter Peter De Roover (63) — verblijft soms in het stadhuis tussen de portretten van vroeger burgemeesters; Van Doesburg keerde eerder terug van haar moederschapsrust om onder meer mee te onderhandelen over de meerjarenbegroting. Ze beschrijft het moederschap als intens en kwetsbaarmakend (“mijn hart leeft opeens buiten mijn lichaam”) en praat open over praktische afspraken (onthaalmoeder, voedingsschema’s, hulp van ChatGPT) en het gevoel er altijd voor zowel haar kind als de Antwerpenaren te willen zijn.
Als burgemeester schetst ze een duidelijke koers voor Antwerpen: een stad die evenementen maximaal faciliteert, maar die ook hard optreedt tegen geweld en antisemitisme. Ze hekelt wat ze ziet als een rationeel tekort in buurstad Gent, dat volgens haar evenementen aan extra morele voorwaarden zou koppelen en zelfs Palestinagerelateerde erkenningen op gemeentelijk niveau zoekt. In Antwerpen geldt volgens haar een protocol voor vlaggen en diplomatieke gevoeligheden: geen Russische vlag vanwege richtlijnen van Buitenlandse Zaken, geen automatische plaatsing van andere nationale symbolen tenzij passend; dat moet volgens haar niet op buikgevoel gebeuren. Van Doesburg pleit er voor kunst en muziek als verbindende instrumenten en noemt het doorgaan van een concert van The Antwerp Symphony Orchestra onder een Israëlische dirigent een voorbeeld van zulke overschrijdende momenten.
Veiligheid en samenleven met 173 nationaliteiten staan centraal in haar prioriteiten. Ze schetst maatregelen tegen antisemitische incidenten — recentelijk werd joodse instellingen beklad met de tekst “Joden zijn kindermoordenaars” — en noemt concreet optreden tegen fysieke intimidatie van kinderen met keppeltjes. Tegelijk wil ze ruimte laten voor legitieme pro-Palestijnse protesten: die moeten kunnen plaatsvinden om spanningen niet te laten escaleren, maar geweld of haatwording wordt niet getolereerd.
Politiek debat en polarisatie krijgen veel aandacht in haar verhaal. Van Doesburg verdedigt politieke strijd als wezenlijk voor democratie: overtuigen en discussiëren hoort erbij, ook al wordt dat door sociale media en echokamers bemoeilijkt. Ze verzet zich tegen het moraliserend wegzetten van politieke tegenstanders en waarschuwt dat het ontmenselijken van andersdenkenden het publieke debat verziekt. Ze reageert ook op partij-intern commentaar rond Bart De Wever en op kritiek dat N-VA met electorale motieven zou handelen: volgens haar is de partij consistent pro-tweestaten en niet primair opportunistisch.
Tussen bestuurlijke beslommeringen en persoonlijke emotie haalt Van Doesburg ook een schrijnend voorval aan dat haar raakte: als burgemeester werd ze tijdelijk voogd van een vondeling, een meisje dat ze Nina noemde en dat haar sterk confronteerde met ongelijkheid en kwetsbaarheid in de stad. Dat contrast tussen haar eigen pasgeborene en een vondeling benadrukt haar betrokkenheid bij kwetsbare Antwerpenaren.
Kort samengevat profileert Van Doesburg zich als een bestuurder die rationeel wil besturen, veiligheid en samenleven hoog plaatst, ruimte wil bieden voor democratische uitingen, maar tegelijkertijd hard wil optreden tegen haat en geweld — terwijl ze tegelijk worstelt met de nieuwe kwetsbaarheid en verantwoordelijkheden van het moederschap.