Ex-man eist €113.408 na verkoop van het huis, maar de rechtbank kent hem €44.116 toe

vrijdag, 6 november 2026 (05:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

De Rechtbank Rotterdam oordeelde op 28 oktober 2026 dat afspraken uit een echtscheidingsbeschikking blijven gelden, ook als ex-partners later van mening verschillen over de uitleg. De uitspraak werd op 4 november gepubliceerd.

Een ex-man eiste €113.408 uit de verkoop van de woning die hij met zijn ex-vrouw had bewoond en liet daarvoor beslag leggen bij de notaris. De woning, die eigendom was van de vrouw, werd op 6 oktober 2025 verkocht voor €370.000. Na aflossing van de hypotheek en betaling van de verkoopkosten bleef €263.232 over.

Volgens de afspraken in de echtscheidingsbeschikking kreeg de vrouw eerst de afgesproken aanvangswaarde van €175.000. Alleen het bedrag daarboven moest gelijk worden verdeeld. Daarom ontvangt de man €44.116,03 en niet de door hem berekende €113.408. Bij zijn berekening wilde hij eerst alleen de netto inbreng van de vrouw, na aftrek van hypotheek en lasten, buiten de verdeling houden. De rechtbank vond in de tekst en in berichten tussen de ex-partners geen aanwijzing dat zij dat zo hadden bedoeld. Ook hun eerdere afwijkingen van de huwelijkse voorwaarden speelden mee.

Het beslag was volgens de rechtbank bovendien onnodig, omdat de vrouw al had aangeboden het verschuldigde bedrag te betalen. De man moet daarom wettelijke rente betalen over het ten onrechte beslagen verschil van €69.291,97 vanaf 6 oktober 2025 tot het vonnis. Het beslag vervalt voor zover het boven €44.116,03 uitkomt.

Daarnaast moet de man €15.000 terugbetalen die de vrouw hem tijdelijk “in bewaring” had gegeven, met wettelijke rente vanaf 14 januari 2026. Hij kon niet aantonen dat hij al een deel had terugbetaald. De proceskosten worden gedeeld: beide partijen dragen hun eigen kosten.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Jort Kelder: 'PRO wil belastingen verhogen, terwijl de overheid zelf te veel geld uitgeeft!’