Ex-AIVD'er: 'Dit gaat echt niet alleen over verzet tegen azc's'
In dit artikel:
Jelle Postma, onderzoeker en oud-AIVD’er, waarschuwt dat extreemrechtse invloeden de spanningen rond protesten tegen asielopvang doen escaleren en dat premier Rob Jetten niet meer afzijdig kan blijven. Volgens Postma is het gevaar sluipend: politiek taalgebruik normaliseert termen als “remigratie” — wat neerkomt op deportatie — en die retoriek sijpelt door naar straatprotesten. “We bevinden ons op een glibberige helling,” zegt hij.
Postma, sinds 2021 directeur van Justice for Prosperity (een organisatie die maatschappelijke manipulatie onderzoekt) en eerder werkzaam bij AIVD, NCTV en de VN, publiceerde samen met zijn stichting een rapport waarin de heropleving van het extreemrechtse Identitair Verzet wordt gesignaleerd. Het netwerk, dat lange tijd weinig zichtbaar was, kwam weer nadrukkelijk naar voren tijdens de rellen in Loosdrecht. Volgens Postma werkt het mechanisme in drie lagen: bewoners met oprechte zorgen over tijdelijke opvanglocaties; opwellingen van mensen die door adrenaline agressief worden; en professionele, rondreizende extreemrechtse groepen (zoals “Defence” en Identitair Verzet) die protesten organiseren, materiaal en coördinatie aanleveren en geweld aanwakkeren.
Ook politieke partijen dragen bij aan de sfeer, stelt Postma: met name Forum voor Democratie normaliseert het begrip remigratie en moedigt — in zijn perceptie — verzet aan in lokale verhoudingen. Het ontbreken van duidelijke veroordeling door centrumrechtse partijen verschaft extremistische ideeën bovendien meer maatschappelijke speelruimte.
Postma vindt dat de regering meer moet doen dan algemeen volhouden dat de spreidingswet uitgevoerd moet worden. Burgemeesters voelen zich onvoldoende gesteund; een telefoontje van een minister is volgens hem niet genoeg. De Tweede Kamer, de asielminister en vooral de minister-president moeten de gemoederen actief temperen en duidelijk stelling nemen, niet door alle betogers over één kam te scheren, maar ook niet door burgemeesters aan hun lot over te laten.
Juridisch is het lastig optreden: veel acties blijven net binnen de grenzen van het strafrecht of zijn indirecte bedreigingen, waardoor politie en justitie beperkt mandaat hebben. Daarom pleit Postma ervoor te onderzoeken of organisaties als Identitair Verzet strafrechtelijk aangepakt kunnen worden; in Frankrijk is die beweging verboden vanwege militante activiteiten. Hij waarschuwt dat het probleem verder reikt dan verzet tegen azc’s—er is ook sprake van nazistische verheerlijking en symboliek binnen deze netwerken.