Ex-AIVD'er bepleit optreden premier Jetten tegen extreemrechts: 'Dit gaat echt niet alleen over verzet tegen azc's'

dinsdag, 5 mei 2026 (03:31) - Het Parool

In dit artikel:

“We bevinden ons op een glibberige helling,” waarschuwt Jelle Postma, oud-AIVD’er en directeur van Justice for Prosperity, over de sluipende normalisering van extreemrechts gedachtegoed in Nederland. In een recent rapport stelt zijn stichting dat de Nederlandse tak van Identitair Verzet na jaren van relatieve inactiviteit weer zichtbaar wordt, met name tijdens de gewelddadige anti-azc-protesten zoals in Loosdrecht. Postma, die sinds 2003 aan radicalisering werkt en eerder bij de AIVD, NCTV en de VN actief was, legt uit hoe die normalisatie werkt en waarom die zorgwekkend is.

Volgens Postma ontstaat escalatie via een drieledige dynamiek: ten eerste lokale bewoners met oprechte bezorgdheid over een azc; ten tweede aanhakers die door adrenaline en groepsdruk agressief handelen; en ten derde georganiseerde extreemrechtse groepen — rondreizende “Defence”-formaties en Identitair Verzet — die protesten professioneler maken door coördinatie, zwaar vuurwerk, rookbommen en spandoeken. Die derde groep probeert lokale onvrede voor eigen doelen te kapen en richting te geven.

Politieke retoriek speelt volgens hem een belangrijke rol. Termen als “remigratie” worden door sommige Kamerleden ingebracht en maken zulke ideeën maatschappelijk draaglijker; Postma noemt remigratie scherp als een eufemisme voor deportatie. Partijen als Forum voor Democratie zouden op straat aanwezig zijn om verzet aan te wakkeren in plaats van te kalmeren, terwijl terughoudendheid van centrumrechtse partijen en gebrek aan duidelijke afkeuring het acceptatieproces van extremistische denkbeelden versnellen.

Postma vindt dat de kwestie een zaak voor de hoogste politieke leiding is: niet alleen voor burgemeesters en lokale gezagsdragers, maar voor asielminister, Tweede Kamer en vooral de minister-president om de gemoederen te bedaren. Hij waarschuwt dat veel intimidatie en dreiging net binnen de grenzen van het strafrecht blijft, waardoor politie en justitie beperkt kunnen optreden.

Als mogelijk antwoord stelt hij voor te onderzoeken of het strafrecht doelgericht ingezet kan worden tegen organisaties als Identitair Verzet, die in andere landen — bijvoorbeeld Frankrijk — als verboden militie wordt gezien vanwege paramilitaire activiteiten en extremistische symboliek. Postma signaleert dat het probleem niet alleen over opvanglocaties gaat, maar over een bredere beweging die democratische normen en de rechtsstaat onder druk zet en vraagt dringend om politieke sturing en juridische handvatten voordat de situatie verder escaleert.