Evenepoel met 15 ploegmaats, Van Aert met 6: de alternatieve realiteit van WK-wegrit, die voor "moeilijke situaties" zorgt
In dit artikel:
Op het WK wielrennen in Montréal lopen nationale belangen en de belangen van commerciële ploegen onvermijdelijk door elkaar. Volgens voormalig bondscoach en analist José De Cauwer zorgt dat bij renners voor moeilijke keuzes: helpen ze een landgenoot, of hun ploegmaat met wie ze het grootste deel van het jaar samenwerken? Het WK van 2024 in Zürich, waar de Fransman Pavel Sivakov ploegmaat Tadej Pogacar hielp, toont volgens De Cauwer dat zulke conflicten niet uit te sluiten zijn. Ook ploegleiders kunnen zich ermee bemoeien.
De tactiek hangt af van de situatie en van de rol van elke renner. Wie zelf geen kans maakt op de wereldtitel en geen duidelijke kopman heeft, is relatief vrij, maar hoeft daarom niet automatisch voor zijn merkenteam te rijden. Helpen kan bovendien ook door juist niet op kop te rijden of een gat niet volledig dicht te rijden. Zo zou een renner als Maxim Van Gils eerder een aanval van Paul Seixas moeten neutraliseren dan Tiesj Benoot, al blijft het onzeker hoe ver iemand daarin wil gaan.
Remco Evenepoel beschikt met vijftien Red Bull-ploegmaats over de grootste steun, al zullen velen daarvan in de finale voor zichzelf rijden. Ook Isaac Del Toro heeft bij UAE een sterk blok, maar renners als Brandon McNulty en Jhonatan Narváez hebben eveneens eigen ambities. Seixas heeft zes ploeggenoten, onder wie Benoot, die publiekelijk zegt niet voor de Fransman te zullen rijden. Wout van Aert kan rekenen op zes teamgenoten, Mathieu van der Poel op drie; ook daar rijden meerdere helpers primair voor hun eigen kansen. De Cauwer geniet juist van dit tactische steekspel, waarin renners voortdurend afwegen wie ze helpen, tegenhouden of laten rijden.
Vandaag Inside: Wouter de Winther ziet te veel randzaken van Rob Jetten: 'Zorg nou eerst dat je resultaten boekt!'