Europese leiders willen meer windenergie op de Noordzee, maar in Nederland is dat lastig

dinsdag, 27 januari 2026 (12:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Tijdens de North Sea Summit in Hamburg spraken Europese regeringen, meer dan honderd bedrijven en enkele ngo’s af de Noordzee uit te bouwen tot de groene energiecentrale van Europa: versnelling, financiering en betere beveiliging van offshore-windparken moeten een antwoord bieden op de energiedreigingen vanuit landen als Rusland en de VS. Nederland was erbij: demissionair minister Sophie Hermans en demissionair premier Dick Schoof tekenden mee onder de afspraken.

Tegelijkertijd blijkt de praktijk weerbarstig. Een decemberrapport toonde aan dat al maanden eerder alarm was geslagen over gebrekkige coördinatie tussen diensten (zoals kustwacht en defensie) rond sabotage en rampen, en over ontoereikende middelen voor bescherming van de Noordzee. Dat rapport werd volgens Follow the Money negen maanden lang door het demissionaire kabinet voor de Kamer achtergehouden.

Op de summit kreeg ook het Britse aanbestedingssucces aandacht: Groot-Brittannië trok recent bouwers aan voor 8,4 gigawatt aan offshore-wind via Contracts for Difference, die een minimumprijs voor stroom garanderen. Daarnaast staan windturbines in Britse parken veel ruimer verspreid dan in de Nederlandse plannen, waardoor ze minder last hebben van het windschaduweffect en per turbine meer stroom opbrengen. Nederland heeft echter niet de ruimte om die lage dichtheid breed toe te passen.

Wetenschappelijk bezwaar over opbrengst werd recent onderwerp van Kamerdebat. Een studie van TU Delft-professor Carlos Simão Ferreira en Deense collega’s (eind november) waarschuwt dat in Nederlandse plannen het effect van windschaduw tussen turbines onvoldoende is doorgerekend, waardoor opbrengsten te optimistisch worden ingeschat. Om de klimaatdoelen toch te halen zouden turbines anders óf verder uit elkaar moeten staan (meer zeeoppervlak) óf juist dichter opeengepakt worden, met hogere lokale dichtheid en andere consequenties.

Het ministerie wees de studie voorafgaand aan de Kamerbespreking af: Ferreira zou te pessimistisch rekenen en Nederlandse parken zijn te klein voor die aannames. Ferreira counterde dat losse, kleine parken bij elkaar wél functioneren als één groot systeem, waardoor interactie-effecten relevant blijven.

In Hamburg spraken landen af te mikken op minimaal 100 gigawatt offshore-wind in 2050, met een streefwaarde van 300 gigawatt — doelen die grensoverschrijdende, omvangrijke parken vereisen en daarom nauwkeurige aandacht voor dichtheid, capaciteit en wederzijdse invloed van parken. Het Britse model van ruime plaatsing kan op korte termijn aantrekkelijk zijn (minder subsidie nodig, meer inschrijvingen), maar leidt mogelijk op termijn tot onvoldoende opbrengst, waardoor extra parken nodig zijn. Gezien beperkingen door Natura 2000-gebieden, visserij, scheepvaart en zandwinning is die extra ruimte er nauwelijks. Dat maakt het onzeker of de ambities haalbaar zijn zonder zowel technische aanpassingen als betere coördinatie en meer middelen voor veiligheid en planning.