Europese Hof: Kerkverlating mag voor kerkelijke instelling niet zomaar reden zijn voor ontslag
In dit artikel:
In Duitsland verloor een vrouw haar baan bij het rooms-katholieke Caritas-centrum voor zwangerschapsbegeleiding nadat ze uit de Rooms-Katholieke Kerk was uitgetreden. Ze stapte naar de rechter; de Duitse Federale Arbeidsrechtbank verwees de zaak door naar het Europese Hof van Justitie om te toetsen of het ontslag strookt met de EU-antidiscriminatiewetgeving.
Het Europese Hof oordeelde dat werkgevers alleen kunnen verlangen dat werknemers kerkelijk lid blijven wanneer dat „noodzakelijk, rechtmatig en gerechtvaardigd” is. Omdat deze consulente hetzelfde werk deed als niet-kerkelijke collega’s, kon Caritas het lidmaatschap niet als voorwaarde stellen; het ontslag was daarom in strijd met het EU-recht. De Federale Arbeidsrechtbank moet nu het definitieve vonnis vellen.
Duitse kerkelijke instanties reageerden positief. Beate Gilles, secretaris-generaal van de Duitse bisschoppenconferentie, benadrukte dat de uitspraak zowel de antidiscriminatiewetgeving respecteert als oog houdt voor het zelfbeschikkingsrecht van kerken: „Voor ons is het belangrijk dat religieuze instellingen hun identiteit kunnen behouden en tegelijk voldoen aan de eisen van de grondwet en het Europees recht.”
De uitspraak maakt duidelijker waar de grens ligt tussen godsdienstvrijheid van instellingen en de bescherming tegen discriminatie van werknemers; het kan consequenties hebben voor vergelijkbare gevallen binnen kerkelijke organisaties in de EU.