Europese grootmachten willen samen goedkope drones produceren voor militaire doelen
In dit artikel:
Het initiatief LEAP (Low-Cost Effectors and Autonomous Platforms) richt zich op betaalbare, autonome drones voor luchtverdediging: toestelletjes die hun koers zelfstandig bepalen op basis van sensorinformatie en dus niet voortdurend vanaf de grond gestuurd hoeven te worden. Europese ministers zien zulke middelen als een kosteneffectief alternatief voor dure raketten — een les die uit het oorlogstoneel in Oekraïne is getrokken.
LEAP is vooral bedoeld als antwoord op de dreiging uit Rusland, zowel vanwege de invasie in Oekraïne als door incidenten met drones boven Europees grondgebied (onder meer nabij vliegbasis Volkel). Met het project willen de E5-landen laten zien dat Europa meer verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen veiligheid en tegelijkertijd een signaal afgeven aan de Verenigde Staten dat Europa zelfstandiger moet optreden.
De aankondiging volgt op eerdere toezeggingen tijdens de NAVO-top in Den Haag om defensie-uitgaven te verhogen; LEAP moet laten zien hoe dat extra geld in concrete capaciteiten wordt omgezet. De ministers bespraken het initiatief in Krakau en werken daarbij nauw samen met EU-buitenlandchef Kaja Kallas en NAVO-vertegenwoordiging. Nederland bouwt bovendien aan een groeiende drone-industrie, wat productie en inzet van dergelijke systemen kan vergemakkelijken.
Kortom: LEAP streeft naar massaal inzetbare, goedkope en autonome luchtverdedigingsplatforms als Europese respons op hedendaagse dreigingen, met aandacht voor samenwerking binnen EU en NAVO.