Europese gasprijs schiet omhoog na Israëlisch-Amerikaanse en Iraanse aanvallen op kritieke infrastructuur
In dit artikel:
Europese energieprijzen schoten donderdagochtend fors omhoog nadat er gisterenavond en vannacht meerdere aanvallen op energie-infrastructuur in Iran en de Golf plaatsvonden. Op de Nederlandse TTF-gasbeurs, de Europese referentiemarkt, opende de prijs met een sprong van circa 35 procent en stabiliseerde later rond een stijging van 28 procent — ongeveer 70 euro per megawattuur. Algemeen liggen de gasprijzen momenteel grofweg een kwart hoger dan gisterenavond.
De marktreactie volgt op een keten van escalaties: Israëlische luchtaanvallen raakten in het zuiden van Iran onder meer installaties bij het South Pars-gasveld, waarna Iran met vergeldingsacties energie-infrastructuur in de regio bestookte. Schade werd gemeld aan belangrijke gasfaciliteiten in Qatar (onder andere de Ras Laffan-gashub, een cruciale LNG-exportsite richting Europa) en in Abu Dhabi. Ook olieinstallaties kwamen onder vuur: in Koeweit raakten twee raffinaderijen beschadigd door drones, en in Saudi-Arabië werd de haven van Yanbu, met een Aramco-raffinaderij, aangevallen.
Het belang van het getroffen South Pars-gasveld vergroot de wereldwijde impact van deze aanvallen. South Pars ligt op de grens tussen Iran en Qatar en vormt, samen met het Qatarese North Dome, het grootste aardgasreservoir ter wereld — met naar schatting 51.000 miljard kubieke meter gas. Voor Iran is het veld van levensbelang: het levert ongeveer 70 procent van de binnenlandse gasproductie en is essentieel voor elektriciteit, verwarming en industrie. Hoewel Iraanse bronnen melden dat de productie voorlopig doorgaat, zorgde de aanval meteen voor extra prijsvolatiliteit; al eerder die dag stegen gasprijzen 5–7 procent, enkele malen sterker dan gebruikelijk bij vergelijkbare berichten.
Iran heeft harde woorden en dreigementen geuit. Marinecommandant Alireza Tangsiri verklaarde dat olie-installaties die gelinkt worden aan de Verenigde Staten voortaan als legitieme doelen gelden en waarschuwde voor sterke aanvallen. De Iraanse Revolutionaire Garde riep werknemers en omwonenden op afstand te houden van mogelijke doelwitten, wat duidt op de mogelijkheid van nieuwe strikes op olie- en gasinstallaties in landen als Saudi-Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten.
Qatar veroordeelde de schade aan infrastructuur: het ministerie benadrukte dat South Pars feitelijk een verlengstuk is van Qatar’s North Field en noemde de aanval onverantwoord, met risico’s voor de wereldwijde energievoorziening, de lokale bevolking en het milieu. De olieprijs reageerde eveneens: die naderde recent circa 103 euro per vat en bereikte eerder deze week ongeveer 108 euro per vat — niveaus niet gezien sinds mei 2022 — terwijl de dagelijkse olie-exporten uit de regio sinds het begin van het conflict al met naar schatting minstens 60 procent zijn gedaald door aanvallen en hinderlagen. De situatie vergroot het risico op verdere verstoringen van de wereldwijde energievoorziening zolang de militaire escalatie voortduurt.