Europese Commissie trekt zich niets aan van (Mercosur) protesten

woensdag, 14 januari 2026 (08:33) - Indepen

In dit artikel:

Een onderzoek van het European University Institute (EUI) brengt in kaart hoe protesten in Europa zich ontwikkelden tijdens de drie grote crisissen sinds 2005: de eurozonecrisis (vanaf 2008), de vluchtelingencrisis (vanaf 2015) en de COVID-19-crisis (vanaf 2020). De studie, gepubliceerd op 6 juni 2024, bekeek miljoenen nieuwsberichten en registreerde protesten in 30 Europese landen over de periode 2000–2021 om te achterhalen wie protesteerde, waarom en met welke intensiteit.

Belangrijkste bevindingen: het totale aantal demonstraties en stakingen daalt sinds het hoogtepunt rond de eurocrisis, maar de acties die wél plaatsvinden worden relatief vaker radicaal of gewelddadig. Regionaal verliep die ontwikkeling verschillend: Zuid-Europa (met name Frankrijk, Griekenland en Spanje) beleefde tijdens de eurocrisis een piek gevolgd door een scherpe neergang; Noordwest-Europa zag al vroeg een afname; Centraal- en Oost-Europa kende relatief weinig protesten doorlopend. Vanaf 2015 stabiliseerde het aantal op een lager niveau in alle regio’s, terwijl de mate van confrontatie toenam.

De aard van protesten veranderde ook: tot circa 2008 domineerden economische thema’s (arbeid, lonen, sociale zekerheid), vaak georganiseerd door vakbonden en met groot mobiliserend vermogen. De eurocrisis vergrootte deze economische mobilisatie, vooral in Zuid-Europa, maar na 2012 stortte dit type protest grotendeels in. Latere onrust richtte zich vaker op culturele of maatschappelijke kwesties — migratie, identiteit, corona-maatregelen — die doorgaans kleinschaliger zijn, minder steun hebben van grote organisaties en eerder tot polarisatie en geweld leiden. De onderzoekers concluderen dat economische onzekerheid alleen massale actie oproept wanneer mensen geloven dat protest effect heeft en wanneer organisaties die acties kunnen dragen.

Het artikel haalt daarnaast recente ontwikkelingen aan (2022–2026) die nieuwe spanningen veroorzaken: vanaf 2022 landelijke protesten tegen stijgende kosten van leven en energie, grootschalige stakingen in spoor, luchtvaart, zorg en onderwijs in 2023–2024, en een nieuwe golf boerenprotesten eind 2023. Een actuele trigger is het Mercosur-handelsverdrag: op 9 januari 2026 stemde een meerderheid van regeringsleiders — waaronder Nederland — voor ondertekening; Frankrijk, Polen, Ierland, Oostenrijk en Hongarije stemden tegen. Naar aanleiding daarvan trokken op 10 januari 2026 tienduizenden boeren in meerdere lidstaten naar de straat; in Parijs leidde dat op 13 januari tot een massale blokkade met honderden tractoren tijdens de ochtendspits. Boeren uit onder meer Frankrijk, Polen en Ierland klagen dat strenge EU-regelgeving voor hen concurrentienadelen creëert ten opzichte van Zuid-Amerikaanse producenten, en vrezen goedkope import die hun bedrijfsvoering ondermijnt. Nederlandse boeren staan volgens het artikel deels anders gepositioneerd omdat zij onder het akkoord extra mestruimte kregen.

Externe analyses (Verisk Maplecroft) waarschuwen dat mislukte EU-beleidskeuzes in 2026 kunnen leiden tot groeiende instabiliteit in een groot deel van Europa. Samenvattend: hoewel protesten minder vaak voorkomen dan tien jaar geleden, zijn ze explosiever en politiek gevoeliger geworden — en recente beleidsbeslissingen zoals het Mercosur-akkoord vergrootten de kans op nieuwe, brede maatschappelijke onvrede.