Europese Commissie erkent: organisatie achter My Voice My Choice gefinancierd met EU-geld
In dit artikel:
De Europese Commissie heeft meer dan 20.000 euro uit het CERV‑subsidieprogramma toegekend aan het Sloveense Instituut van 8 maart (Inštitut 8. marec), de moederorganisatie achter het burgerinitiatief My Voice My Choice. Uit door de Commissie vrijgegeven cijfers blijkt dat het instituut zelf ruim 206.000 euro bijdroeg aan het initiatief, onderdeel van in totaal ruim 923.000 euro aan financiering. My Voice My Choice verzamelde in september vorig jaar 1,2 miljoen handtekeningen en vroeg om een Europees abortusfonds zodat vrouwen uit landen waar abortus verboden is (zoals Polen en Malta) in andere lidstaten terechtkunnen. In februari kondigde de Commissie aan dat lidstaten daarvoor het Europees Sociaal Fonds (ESF+) kunnen inzetten.
Het toegewezen CERV‑geld was bestemd voor projecten die burgerparticipatie onder jongeren en het maatschappelijk middenveld in de Westelijke Balkan moeten stimuleren. In de projectomschrijving stonden ook activiteiten zoals lobby op nationaal, regionaal en EU‑niveau en grensoverschrijdende publiekscampagnes ter promotie van EU‑waarden en inclusieve herdenking. Het Instituut ondersteunde binnen My Voice My Choice onder meer een netwerk van ongeveer 30 Brusselse lobbyisten; in totaal waren circa 300 organisaties bij het initiatief betrokken (niet allemaal financieel).
SGP‑Europarlementariër Gideon van Meijeren‑Ruissen (in het artikel aangeduid als Ruissen) verzet zich tegen het gebruik van belastinggeld voor lobbywerk en noemt dit een mogelijke belangenverstrengeling: „Geld van de belastingbetaler mag niet worden gebruikt voor lobbyactiviteiten. Dit lijkt dus op ernstige belangenverstrengeling, met grote gevolgen voor het ongeboren leven.” De Commissie erkende eerder ook financiering aan pro‑choice‑organisaties als IPPF en de European Women’s Lobby; IPPF ontving dit jaar ruim 962.000 euro.