Europese aanbestedingsregels: prijs niet meer doorslaggevend
In dit artikel:
De Europese Commissie wil de regels voor overheidsaanbestedingen ingrijpend veranderen. Volgens een voorstel dat eurocommissaris Stéphane Séjourné woensdag in Brussel presenteerde, moet één nieuwe Public Procurement Act drie bestaande richtlijnen uit 2014 vervangen. Overheidsopdrachten mogen dan niet meer automatisch naar de goedkoopste inschrijver gaan: kwaliteit moet minimaal 30 procent van de beoordeling bepalen. Voor arbeidsintensieve opdrachten, zoals schoonmaak, wordt dat 50 procent.
Overheden zoals ministeries, gemeenten, ziekenhuizen en scholen mogen voortaan sterker letten op onder meer milieueffecten, arbeidsomstandigheden, dierenwelzijn en het gebruik van gerecyclede materialen. Inschrijvers moeten bovendien verklaren waarom hun prijs veel lager ligt dan die van concurrenten. Die regel wordt in Brussel mede gezien als reactie op goedkope Chinese aanbieders.
Ook veiligheid krijgt een grotere rol. Aanbestedende diensten kunnen bedrijven weren vanwege mogelijke spionage, cyberdreigingen of risico’s voor vitale infrastructuur. Bij grote opdrachten in strategische sectoren zouden biedingen met minder dan 50 procent Europese inhoud kunnen worden uitgesloten.
Jaarlijks besteden overheden in de EU meer dan 2.500 miljard euro, ongeveer 15 procent van het Europese bbp. Daardoor is aanbestedingsbeleid een belangrijk economisch instrument. De lidstaten zijn echter verdeeld: Italië, Nederland en Litouwen willen hardere maatregelen tegen Chinese inschrijvers, terwijl andere landen vrezen dat minder concurrentie de kosten voor publieke projecten verhoogt. Het voorstel gaat nu naar het Europees Parlement en de lidstaten. De eerste aanbestedingen volgens de nieuwe regels zijn waarschijnlijk pas over enkele jaren te verwachten.
Vandaag Inside: Johan Derksen tegen René van der Gijp: 'Niet lullig bedoeld, maar dat heb jij nooit gehad!'