Europees rampjaar Nederlandse clubs heeft flinke gevolgen: 'Tot diep in eerste divisie'
In dit artikel:
Vijf van de zes Nederlandse clubs in Europese toernooien zijn gisteren uitgeschakeld; alleen AZ heeft nog een kans. Door die slechte oogst — in totaal 32 nederlagen, een nieuw dieptepunt vergeleken met het seizoen 2008/09 — is Nederland gezakt op de UEFA-coëfficiëntenlijst: Portugal nam de zesde plaats over en veertien landen behaalden dit seizoen meer punten, waaronder Cyprus en Tsjechië. Het directe gevolg is dat het tweede rechtstreekse Champions League-ticket vanaf 2027/28 vrijwel zeker verdwijnt, tenzij AZ een wonder verricht in de Conference League en de Portugese clubs volledig falen.
De daling raakt niet alleen de topclubs: het heeft brede financiële en organisatorische consequenties voor het Nederlandse clubvoetbal. Verlies van CL-plaatsing kost clubs naar schatting 70–80 miljoen euro, en de solidariteitsafdracht — deelnemers aan Europees voetbal geven 3,75% van hun opbrengsten door aan andere Nederlandse clubs — wordt daardoor kleiner. Eredivisie CV-directeur Jan de Jong waarschuwt dat dit "doorklinkt tot diep in de Keuken Kampioen Divisie"; het gemeenschappelijke geld is onder meer gebruikt voor voorzieningen zoals natuurgras, maar over alle clubs komt straks minder beschikbaar budget vrij.
De laatste jaren kregen Europese deelnemers extra faciliteiten (zoals verplaatste competitiewedstrijden) om hun Europese prestaties te ondersteunen. Dat leidde tot wrevel toen clubs als Feyenoord dit seizoen met een B-formatie tegen concurrent Braga speelden (en Ajax vorig jaar vergelijkbaar handelde tegen Eintracht Frankfurt). PSV-trainer Peter Bosz zegt dat trainers wel een verantwoordelijkheid hebben om zoveel mogelijk punten voor Nederland te halen, maar erkent dat het puntensprokkelen lastiger wordt als je met minder ploegen in de Champions League zit en meer in de lagere toernooien.
De Jong relativeert dat het volgens hem geen structureel probleem is: Nederland klom tussen 2018 en 2021 snel van de dertiende naar de zesde plek en moet nu die positie terugwinnen. Het solidariteitssysteem en de afspraken met kleinere clubs blijven van kracht en zijn bindend tot 2030, stelt hij. Voor nu is duidelijk dat de Europese terugval voelbaar is over de hele linie en dat Nederland snel resultaat nodig heeft in Europa om zijn positie en de bijbehorende inkomsten te herstellen.