Europees Parlement tikt Turkije op de vingers: „Ik hoop dat ze daar gevoelig voor zijn"
In dit artikel:
Sinds 2020 heeft Turkije de verblijfsvergunningen ingetrokken of de toegang geweigerd aan meer dan 300 zendelingen en kerkelijk werkers, onder wie enkelen die daar decennialang woonden. Die praktijk bracht het Europees Parlement deze week in een resolutie onder de aandacht; SGP-Europarlementariër Bert-Jan Ruissen leidde het debat en de onderhandelingen en zegt dat er brede steun van links tot rechts bestaat. Doel van de politieke stap is niet alleen veroordeling, maar ook druk zetten op de Europese Commissie om actie te ondernemen tegen deze schendingen van religieuze vrijheid.
Parallel aan de politieke druk loopt er juridische actie bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). In februari werd een onderzoek gestart waarin twintig afzonderlijke zaken van geweigerde toegang zijn samengevoegd. Een eerdere individuele zaak — die van de Amerikaanse protestant Kenneth Wiest, die in 2019 de toegang tot Turkije werd ontzegd nadat hij 34 jaar met zijn gezin in het land had gewoond — fungeerde als aanleiding voor bredere aandacht. ADF International verleent juridische bijstand en stelt dat vreedzame kerkdiensten geen nationale veiligheidsdreiging vormen; door de samenvoeging van zaken verwacht de organisatie dat het hof een patroon van discriminatie tegen christenen kan blootleggen.
Turkije rechtvaardigt de weigeringen met verwijzing naar nationale veiligheid en gebruikt daarbij geheime inlichtingencode-aanduidingen zoals N-82 en G-87. De onderliggende informatie wordt niet met betrokkenen of rechters gedeeld, waardoor de beschuldigden nauwelijks kans hebben zich te verdedigen. Dat gebrek aan transparantie is een belangrijk argument in de procedure voor het EHRM.
Politiek wordt ook over sancties gesproken. Ruissen waarschuwt dat Turkije juridisch zwak staat en noemt zelfs het heroverwegen van de douane-unie als mogelijke maatregel. In de praktijk zijn zulke sancties echter moeilijk: de Raad van de EU moet unaniem besluiten, wat zelden haalbaar is. Eerdere EP-resoluties over Turkse mensenrechtenschendingen — onder meer met betrekking tot Koerden en de gedetineerde activist Osman Kavala — hebben tot op heden weinig zichtbare verandering opgeleverd, wat illustreert hoe economische wederzijdse afhankelijkheid vaak zwaarder lijkt te wegen dan politieke druk.
Kortom: er is zowel politieke als juridische chicanerie in gang gezet tegen Turkije wegens het weigeren van christenen, maar of dat leidt tot effectieve verandering hangt af van het EHRM-arrest en de bereidheid van EU-lidstaten om vergaande maatregelen te nemen. Ruissen vat het bondig samen: "Juridisch bekeken staat Turkije toch echt heel zwak."