Europarlementariër Hassan in Parijs verhoord om solidariteit met Japanse terrorist

donderdag, 2 april 2026 (18:16) - NOS Nieuws

In dit artikel:

De Frans-Palestijnse Europarlementariër Rima Hassan (La France insoumise) is vandaag in Parijs aangehouden en verhoord nadat zij op X een bericht had geplaatst waarin zij een passage van Kozo Okamoto aanhaalde — de Japanse dader die in 1972 werd veroordeeld voor een aanval op de luchthaven van Tel Aviv waarbij 26 mensen omkwamen. De Franse justitie onderzoekt of die post neerkomt op het verheerlijken van terrorisme; Hassan heeft het bericht intussen verwijderd.

Haar team stelt dat het vasthouden problematisch is vanwege de onschendbaarheid die Europarlementariërs normaal gesproken genieten, en noemt de actie onderdeel van wat zij zien als gerechtelijke intimidatie bedoeld om pro-Palestijnse stemmen te muilkorven. Bij de aanhouding zijn volgens Le Parisien ook “enkele grammen synthetische drugs” gevonden, zodat zij ook op dat punt wordt vastgehouden; het type stof is niet bekendgemaakt.

De zaak volgt op een klacht van Matthias Renault, een prominent lid van het radicaal-rechtse Rassemblement National, dat zich openlijk pro-Israël profileert. Renault riep het verhoor uit als het begin van een einde aan Hassan’s vermeende straffeloosheid. Jean-Luc Mélenchon, oprichter van LFI, noemde de arrestatie onaanvaardbaar en zogenaamd een aantasting van parlementaire onschendbaarheid.

Achtergrond: de 33-jarige Hassan werd als stateloze Palestijnse in een Syrisch vluchtelingenkamp geboren, kreeg in 2010 de Franse nationaliteit en ligt politiek vaak scherp op de lijn van fel kritiek op Israël. Vorig jaar was zij nog aan boord van een symboolactieve zeilboot met hulpgoederen naar Gaza — een actie die door Israëlische maritieme autoriteiten werd onderschept. In 2024 werd zij al eerder verhoord op soortgelijke verdenkingen, maar dat leidde toen niet tot een strafzaak.

De arrestatie benadrukt de gespannen scheidslijn in Frankrijk tussen vrijheid van meningsuiting en strafrechtelijke aanpak van vermeende glorificatie van terrorisme, en zet een politieke discussie over parlementaire immuniteit en de behandeling van pro-Palestijnse activisten in het openbaar bestuur verder in de verf.