Noordzee moet schone energiebron worden voor honderd miljoen huishoudens
In dit artikel:
Nederland en meerdere Noordzeelanden willen nauwer samenwerken om gezamenlijke windparken op de Noordzee te bouwen en zo de energieafhankelijkheid van onder meer Rusland en Amerika te verminderen. Klimaat‑ en energieminister Sophie Hermans tekende maandag in Hamburg een verklaring met collega’s uit onder andere Duitsland, Frankrijk en het VK; regeringsleiders, energieministers, de NAVO en de windsector waren aanwezig.
Eerder werd al een gezamenlijke doelstelling van 300 gigawatt offshore‑wind voor 2050 afgesproken. Nu is vastgelegd dat 100 GW daarvan uit bilaterale of multilaterale projecten moet komen — ongeveer genoeg voor het stroomverbruik van 100 miljoen huishoudens. TenneT schat dat de Noordzee tot circa 40% van Europa’s elektriciteitsvraag kan dekken. De projecten worden gezamenlijk gefinancierd via een nog op te richten miljardenfonds; veel praktische afspraken moeten nog worden uitgewerkt.
De timing is urgent: de oorlog in Oekraïne en de stijgende import van Amerikaans vloeibaar gas hebben de discussie over strategische afhankelijkheid aangewakkerd. EU‑commissaris Dan Jørgensen benadrukte dat zelf duurzaam opwekken de snelste weg naar meer energieonafhankelijkheid is. Ook het VK, dat na China koploper is in offshore‑wind en al miljoenen huishoudens bedient, wil versnellen.
De Europese windsector kampt echter met tegenwind door gestegen kosten en een stagnerende vraag, waardoor investeringen teruglopen. Ministers hopen dat gezamenlijke projecten de markt stabiliseren; maatregelen zoals snellere vergunningverlening en het verbeteren van het elektriciteitsnet moeten investeringsbereidheid vergroten. Veiligheid stond daarnaast hoog op de agenda: onderzeese kabels en datasystemen zijn kwetsbaar voor (cyber)sabotage, waardoor nauwere coördinatie, met de NAVO in een adviserende rol, nodig wordt geacht.